In hoofdstuk 1 van deze beleidsregels is benoemd dat er in eerste instantie gezocht; naar eigen oplossingen van de inwoner en diens omgeving. Als het probleem van de inwoner ligt op het gebied van het huishouden, kan hierbij gedacht worden aan: een glazenwasser, een boodschappenservice, een vrijwilliger voor de boodschappen, maaltijdvoorziening, kant-en-klare maaltijden, een was- en strijkservice, aanschaf van een droogtrommel, een tuinman of een hondenuitlaatservice.
Bij het beoordelen of een voorziening als voorliggend beschouwd kan worden, moet onderzocht worden of de voorziening voor de persoon in kwestie beschikbaar is en past binnen zijn situatie, ook in financieel opzicht. Particulieren kunnen door de Regeling dienstverlening aan huis (Belastingdienst) gemakkelijk iemand inhuren voor klussen in en om het huis. Zij hoeven voor deze huishoudelijke hulp geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen af te dragen.
Gebruikelijke zorg, die huisgenoten geacht worden aan elkaar te verlenen, ziet de gemeente als voorliggend. Het principe “gebruikelijke zorg” is gebaseerd op de gedachte dat een leefeenheid samen verantwoordelijk is voor het huishoudelijke werk. Er mag daarbij echter geen sprake zijn van (dreigende) overbelasting van de huisgeno(o)t(en). Overbelasting of dreigende overbelasting moet objectief worden vastgesteld, bijvoorbeeld door medisch onderzoek. Bij gebruikelijke zorg houdt de gemeente rekening met de leeftijd van de huisgenoot. Van kinderen wordt een andere bijdrage verwacht dan van volwassenen.
Uitgangspunt bij gebruikelijke zorg is dat volwassen personen naast een baan een huishouden kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke structurele afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten, kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. Bij de indicatie houdt de gemeente geen rekening met de mogelijkheid dat huisgenoten aangeven dat ze het huishoudelijke werk niet willen doen, of niet gewend zijn om te doen. In situaties dat personen uit de leefeenheid nog nooit huishoudelijk werk hebben gedaan en dit niet kunnen, kan via een tijdelijke indicatie hulp worden geboden bij het aanleren van huishoudelijke taken.
In de overweging wordt ook meegenomen of er sprake is van mantelzorg. Mantelzorg is niet afdwingbaar, maar als er taken zijn die door een mantelzorger worden overgenomen, dan hoeven die natuurlijk niet door een hulp worden overgenomen. Als er sprake is van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het huishouden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2