Bij het beoordelen of de gemeente aan een inwoner een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening verstrekt, wordt ook de woning van de inwoner in ogenschouw genomen.
Uitgangspunt is dat de gemeente alleen voorzieningen verstrekt ten behoeve van de woning die het hoofdverblijf van de inwoner is. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van twee hoofdverblijven. Denk hierbij aan een kind van gescheiden ouders dat op twee adressen woont.
Belangrijk is verder dat de woning voor langere tijd bewoond kan blijven wonen. Een pension, gehuurde kamer of anti-kraakwoning zal niet zo snel in aanmerking komen voor grote aanpassingen.
Bij specifiek op gehandicapten en/of ouderen gerichte woongebouwen verwacht de gemeente het één en ander aan aanpassingen van de woningeigenaar. Vooral wat betreft de algemene ruimtes. Van de eigenaar van het gebouw mag immers verwacht worden dat als hij een gebouw aanduidt als geschikt voor gehandicapten of ouderen, hij daar ook de voorzieningen voor heeft getroffen.
Voor een zorgwoning waarbij de functie “verblijf” van toepassing is, of een andere niet-zelfstandige woning, zal de gemeente in principe geen woningaanpassingen verstrekken. Immers, goede aanpassingen behoren al in de woning aanwezig te zijn.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2.1