Van inwoners mag goed woninggebruik worden verwacht. En van een verhuurder mag verwacht worden dat er gebruik gemaakt wordt van deugdelijke materialen. Als een woonprobleem is ontstaan door het woongedrag van de inwoner of van de gebruikte materialen in de woning, dan zal de oplossing in eerste instantie in aanpassing van het gedrag of gebruik van andere materialen worden gezocht.
Er zijn situaties waarbij de inwoner verhuist van een aangepaste en/of geschikte woning naar een woning die minder of helemaal niet is aangepast. Dit is een verhuizing van een geschikte naar een niet geschikte woning. De gemeente heeft alleen een compensatieplicht als voor deze verhuizing een belangrijke reden bestaat.
Een belangrijke reden kan bijvoorbeeld zijn dat de inwoner een baan heeft gekregen op grote afstand van zijn woning, waardoor verhuizen noodzakelijk is. Maar ook een echtscheiding kan een reden zijn dat de inwoner moet verhuizen. In al dit soort gevallen verwacht de gemeente wel dat de inwoner van tevoren contact opneemt, zodat de gemeente kan meedenken over de goedkoopst compenserende oplossing.
Ook als iemand met (dreigende) beperkingen verhuist vanuit een voor hem of haar ongeschikt huis, dan verwacht de gemeente dat hij of zij deze gelegenheid aangrijpt om naar een geschikte woning te verhuizen. Hierbij verwacht de gemeente van de inwoner dat hij of zij hierbij ook rekening houdt met de toekomst.
Natuurlijk staat het iedereen vrij om zijn eigen nieuwe woning uit te kiezen. De gemeente zal bij de aanvraag van woonvoorzieningen via de Wmo echter altijd overwegen in hoeverre de aanvrager met de ontstane problemen rekening had kunnen houden op het moment dat hij naar de huidige woning is verhuisd. Dus in welke mate waren de nu ontstane problemen toen voorzienbaar. Had de aanvrager op dat moment bijvoorbeeld al kunnen weten dat de trap over enkele jaren een onneembaar obstakel zou zijn? Dan is er geen compensatieplicht vanuit de Wmo. De aanvrager heeft zelf immers het risico genomen dat zijn woning (in de toekomst) niet geschikt zou zijn.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2.2