1 Gedragsregels
Het management is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van beleid datgericht is op het voorkomen en tegengaan van discriminerend en racistisch gedrag op de werkvloer.
De bedrijfscultuur moet zodanig zijn dat werknemers elkaar op gelijkwaardige en respectvolle wijze bejegenen.
Het is niet toegestaan om racistische uitlatingen, discriminerende opmerkingen, beledigingen en racistische grappen te maken.
Racistische of beledigende geschriften (stickers, folders, posters, pamfletten etc. met kwetsende/discriminatoire afbeeldingen en/of teksten) zijn niet toegestaan.
Het management is verantwoordelijk voor het creëren van een veilig werkklimaat waarbij ongewenst gedrag in welke vorm dan ook voorkomen en aangepakt wordt.
Het management treft adequate maatregelen om discriminatie en ander ongewenst gedrag te voorkomen en aan te pakken.
2 Werving en selectie
De werkgever stelt bij de werving en selectie van werknemers uitsluitend objectieve criteria en reële ‘job-related’ functie-eisen in de geest van de NVP sollicitatiecode.
Objectieve en reële eisen zijn eisen die nodig zijn voor een goede vervulling van de functie.
Het stellen van de eis van de Nederlandse taal mag alleen indien dit relevant is voor de vervulling van de functie (zie ook de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling).
Sollicitanten worden gelijk behandeld en gelijk beoordeeld. Het is niet toegestaan om op basis van achternamen, de ‘niet-Nederlandse’ achternamen buiten de selectie houden.
Bij de werving en het adverteren gebruikt de werkgever geen wervingskanalen die slechts een bepaalde groep bereiken en anderen uitsluiten.
Bij de selectie van kandidaten gebruikt de werkgever geen selectiecriteria die discrimineren. (Voorkeursbeleid is uitgezonderd: zowel de Europese als de nationale regelgeving bieden ruimte voor het voeren van voorkeursbeleid. In dat geval mag de werkgever criteria hanterendie betrekking hebben op ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming en geslacht om achterstanden en ondervertegenwoordiging van die minderheidsgroepen in zijn/haar werknemersbestand op te heffen. Bij voldoende geschiktheid wordt de voorkeur
gegeven aan een allochtone, vrouwelijke en of gehandicapte werknemer).
De werkgever ziet erop toe dat de selectiecommissie objectieve, niet-discriminerende criteria bij de beoordeling en selectie van kandidaten hanteren.
3 Arbeidsovereenkomst en –voorwaarden
De werkgever baseert zich bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en bij de toepassing van de arbeidsvoorwaarden op objectieve, niet op discriminatie gestoelde criteria.
De werkgever ziet erop toe dat een door hem ingeschakeld extern bemiddelingsbureau niet discrimineert. Gebeurt dit wel, dan verbreekt de werkgever zo nodig de relatie met het bureau
(de gedragscode van de Algemene Bond Uitzendondernemingen is hierbij van belang).
Bij de salariëring en inschaling hanteert de werkgever niet-discriminerende criteria.
Het verdelen van werktaken over werknemers en het verstrekken van opdrachten vindt op basis van niet-discriminerende criteria plaats.
Bij vrije dagen buiten de officieel erkende feestdagen wordt, zoveel als mogelijk en voor zover het bedrijfsbelang dat toelaat, rekening gehouden met de achtergronden van de werknemers.
Bij promotie en doorstroom maken alle werknemers, bij voldoende geschiktheid reële kansen op promotie en doorstroming naar andere functieniveaus.
Het beoordelen van het functioneren van werknemers mag alleen plaats vinden op grond van objectieve en relevante criteria.
Iedere werknemer dient gelijke kansen te hebben op scholingen op deskundigheidsbevordering.
De werkgever ziet erop toe dat door hem ingeschakelde externe aanbieders van scholing en training niet discrimineren. Gebeurt dit wel, dan verbreekt de werkgever zo nodig de relatie met de aanbieder.
Bij het voeren van ziekte- en preventiebeleidmag de werkgever geen criteria hanteren die discriminerend zijn.
Bij ontslagof beëindiging van de arbeidsrelatie hanteert de werkgever uitsluitend objectieve, niet-discriminerende criteria.
Artikel 13.