Van een ieder die werkzaam is binnen of voor de gemeentelijke organisatie wordt verwacht dat hij zich onthoudt van enige vorm van intimidatie.
Van intimidatie is in ieder geval sprake wanneer:
Iemands gedrag op ongepaste wijze wordt beïnvloedt, mondeling of schriftelijk, bijvoorbeeld door hem angst aan te jagen door agressief of intimiderend taalgebruik en/of door te dreigen met negatieve gevolgen (bijvoorbeeld vanuit een hiërarchische relatie, of andere machtspositie).