Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Criteria voorziening ondersteuning zelfstandig leven en maatschappelijke deelname, en kortdurend verblijf

Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldenzaal houdende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldenzaal 2017

3.5.1 Inleiding De functies AWBZ begeleiding (individueel) en AWBZ dagbesteding (groep) vallen vanaf 1 januari 2015 ook onder de werkingssfeer van de Wmo 2015. In het kader van de Wmo hebben die functies de volgende omschrijving gekregen: Ondersteuning zelfstandig leven (v.h. individuele begeleiding) Ondersteuning maatschappelijke deelname (v.h. dagbesteding). Om de eventuele aanspraak op maatwerkvoorzieningen vast te stellen dient beoordeeld te worden of en in welke mate de persoon beperkingen ondervindt op onderstaande levensgebieden: Oriëntatievermogen en psychisch functioneren; Bewegen en verplaatsen / mobiliteit; Probleemgedrag / verslavingsproblematiek; Psychosociaal welbevinden; Sociale redzaamheid Sociaal netwerk. Of de cliënt is geholpen met ondersteuning zelfstandig leven of maatschappelijke deelname, wordt bepaald aan de hand van het gesprek met de cliënt en de afweging van cliënt en klantmanager wat het meest passend is. Ondersteuning zelfstandig leven wordt over het algemeen individueel ingevuld, ondersteuning maatschappelijke deelname in groepsverband. Ondersteuning maatschappelijke deelname is voorliggend op ondersteuning zelfstandig leven, als hetzelfde resultaat wordt beoogd en als de geboden ondersteuning een adequate oplossing is voor cliënt. Immers: ondersteuning in een groep is in de regel goedkoper dan individuele ondersteuning thuis. De omvang wordt bepaald door verdeling in drie twee niveaus (1 en 2 en 3) met een tarief, op basis van een gewogen gemiddelde. 3.5.2 Toelichting maatwerkvoorziening ondersteuning zelfstandig leven (OZL) Bij zelfredzaamheid in relatie tot de maatwerkvoorziening OZL gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden, die de persoon in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. De omvang van het benodigde aantal uren is niet standaard vast te stellen. De inzet van OZL dient minimalistisch, adequaat en doelmatig te zijn. Alle tijd die wordt geïndiceerd dient zich ook daadwerkelijk op de geïndiceerde activiteiten en beoogde doelen te richten. Daarbij wordt resultaatgericht gewerkt: het te behalen resultaat staat centraal en wordt opgenomen in het onderzoeksverslag. Hoofddoelen: Het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, c.q. het voeren van regie. Deze activiteit richt zich met name op de beperkingen en stoornissen in de sociale redzaamheid, oriëntatiestoornissen, probleemgedrag en psychosociale functies. Het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid. Deze activiteit richt zich met name op de beperkingen in de sociale redzaamheid en het zich bewegen en verplaatsen. Deze ondersteuning kan gericht zijn op de volgende resultaten, ofwel subdoelen (deze lijst is niet limitatief). Cliënt is in staat om: zijn financiële situatie gezond te houden (als sprake is van bewindvoering is Wmo ondersteuning voor het voeren van een administratie niet aan de orde); te voorzien in zijn eerste levensbehoeften; taken uit te voeren rondom het huis; isolement te voorkomen; besluiten te nemen; zichzelf te verzorgen; op een passende manier voor zichzelf op te komen; met minimale ondersteuning stabiel te functioneren en te participeren in de maatschappij; zelfstandig thuis te blijven wonen; zich zelfstandig te verplaatsen met algemeen gebruikelijke vervoersmiddelen; gezond te leven en kan hiernaar ook handelen (voeding en beweging); de eigen algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zo veel mogelijk zelf te verrichten. Ook kan tot de resultaten behoren dat de omgeving van de cliënt in staat is met (de gevolgen van) de beperking van de cliënt om te kunnen gaan. De omvang van maatwerkvoorziening Ondersteuning zelfstandig leven wordt bepaald aan de hand van twee niveaus (1 en 2): Ondersteuning Zelfstandig Leven 1 De cliënt kan communiceren en zelf om ondersteuning vragen. De ondersteuning is erop gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de cliënt in staat is om zijn/haar sociale leven zelfstandig vorm te geven; Er is doorgaans geen primaire noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine. De ondersteuning kán zich dus wel richten op het overnemen van taken door een professional. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om planbare zorg. De cliënt is zich ervan bewust dat begeleiding op vaste dagen en tijdstippen langs komt om de ondersteuning te verlenen. De cliënt kan zijn hulpvraag uitstellen. Mocht er een ad hoc situatie ontstaan dan weet de cliënt hier zelf mee om te gaan of brengt dit in bij de volgende afspraak met de begeleiding. Ondersteuning Zelfstandig Leven 2 De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. De cliënt kan (nog) niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. Voor de dagstructuur en het voeren van regie heeft de cliënt ondersteuning van anderen nodig. Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag– en nachtritme) die voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Deze problemen kunnen zodanige vormen aannemen dat de cliënt geholpen moet worden met ondersteuning. De ondersteuning kan zich ook richten op het, tijdelijk, overnemen tot en met het aanleren van taken door een professional. Het kan dan vooral gaan om ondersteuning bij voor de cliënt complexere activiteiten. Dit kán ook voor eenvoudige taken gelden. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om zowel planbare als niet planbare zorg. De cliënt heeft naast één of meerdere vaste dagen en tijdstippen begeleiding ook ondersteuning nodig wanneer zich een ad hoc situatie voordoet. De cliënt heeft dan direct ondersteuning nodig (telefonisch/oproepbaar). Persoonlijke verzorging: Persoonlijke verzorging valt onder de Wmo 2015 als de zorg (PV) een onderdeel is van begeleiding zelfredzaam te zijn en om mee te doen in de samenleving. De mensen die niet onder de ZVW vallen, maar wel persoonlijke verzorging nodig hebben, vallen samen met begeleiding onder de Wmo. Het betreffen personen die gestimuleerd moeten/kunnen worden tot ADL handelingen, maar waarbij dit niet wordt overgenomen door de zorgaanbieder (bijvoorbeeld het aansturen op wassen, douchen en aankleden zonder daarbij specifiek fysiek in de ruimte te hoeven zijn en/of als begeleider onderdeel te zijn van de handeling). De leeftijd van diegene die de indicatie heeft gekregen is bepalend of de zorg valt onder de Jeugdwet (0-18 jaar) of onder de Wmo (18+). 3.5.2.1 OZL in combinatie met Huishoudelijke Ondersteuning aanvullende module Regie Personen met een indicatie voor de aanvullende module Regie krijgen ondersteuning bij het voeren van regie en het aanbrengen van structuur in het huishouden. Als dit het enige leefgebied is waarop ondersteuning noodzakelijk is wordt de ondersteuning voldoende geacht. Strekken de beperkingen zich uit over meerdere levensgebieden en is ook hierbij ondersteuning nodig, dan is inzet van OZL beter passend dan het indiceren van beide voorzieningen. In een complexe situatie kan een combinatie van OZL en de aanvullende module Regie echter alsnog passend zijn. 3.5.2.2 Opvoedhulp voor ouders met beperkingen Als sprake is van ouder(s) met in de persoon gelegen matige of ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid (door verstandelijke- of zintuiglijke handicap, of psychiatrische aandoening/beperking) die zorgdragen voor de opvoeding van een kind dat zelf geen zorg nodig heeft, kan de maatwerkvoorziening OZL zijn aangewezen, voor zover het niet onder de Jeugdhulp valt. NB: de ondersteuning vanuit de Wmo is niet bedoeld om de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van het gezonde kind te waarborgen. Evenmin is deze ondersteuning ervoor om te zorgen voor het voldoende stimuleren van (normale) ontwikkeling van het kind. Veiligheid, gezondheid, welzijn en ontwikkelingsstimulering van een gezond kind horen tot de verantwoordelijkheid van de ouders. Zij kunnen hierbij worden ondersteund door Jeugdhulp. Er moet behoefte bestaan aan het ondersteunen bij, of oefenen met het aanbrengen van structuur, of het voeren van de regie over de (nieuwe) gezinssituatie. 3.5.3 Toelichting maatwerkvoorziening ondersteuning maatschappelijke deelname (OMD) Wanneer ondersteuning gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur (dagbesteding) is OMD de aangewezen vorm van ondersteuning. Is de zorgbehoefte echter meer gericht op bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en niet in het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, dan is OZL de aangewezen vorm (voorliggend). De omvang van de indicatie OMD wordt bepaald door het doel van de zorg, zoals: Het bieden van een dagprogramma met als doel al dan niet aangepaste vormen van arbeid of school te vervangen Het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid of school Het bieden van toezicht overdag, gedurende een aantal dagdelen per week. De dagactiviteiten in groepsverband moeten programmatisch/methodisch zijn, gericht op het structureren van de dag, op praktische ondersteuning en op het oefenen van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen. Dagbesteding houdt in een structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel, waarbij de persoon actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Daarbij wordt resultaatgericht gewerkt: het te behalen resultaat staat centraal en wordt opgenomen in het onderzoeksverslag. Maaltijden tijdens OMD: in het tarief voor OMD is geen vergoeding voor een middagmaaltijd opgenomen. Zorgaanbieders worden niet gevraagd om uit de indicatie een eventuele maaltijd voor cliënten tussen de middag te verstrekken. Het staat de zorgaanbieder vrij om op eigen gelegenheid hier iets voor te organiseren binnen de dagbesteding, mogelijk tegen een meerprijs voor de cliënt. Deelname is gericht op een zinvolle dagbesteding en kan onder andere gericht zijn op de volgende resultaten (niet limitatief): sociale activiteiten buitenshuis; deelname aan georganiseerde activiteiten; uitstroom naar (betaald) werk met ondersteuning (NB: aan dagbesteding zit geen loon gekoppeld); aanleren werknemersvaardigheden; ontlasten mantelzorger; het aanbieden van routine en structuur voor de dag; voorkomen van verwaarlozing/opname; Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 1 De ondersteuning is erop gericht door stimulans en/of toezicht te zorgen dat de cliënt in staat is zijn /haar sociale leven zelfstandig vorm te geven. De ondersteuning biedt structuur en geeft een adequate invulling aan de dag; Er is doorgaans geen primaire noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine. De cliënt kan zelf om ondersteuning vragen, maar stimuleren en toezicht zijn wel nodig. Zo nodig bieden van ondersteuning bij niet-uitstelbare ADL-handelingen zoals toiletgang, toezien op medicatie inname, nuttigen maaltijd. Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 2 Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen en het zelfstandig nemen van besluiten. De ondersteuning houdt er rekening mee dat de communicatie niet altijd vanzelf gaat doordat de cliënt niet altijd begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. De ondersteuning kan zich ook richten op het, tijdelijk, overnemen tot en met het aanleren van taken door een professional, omdat de cliënt ernstige problemen heeft. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ondersteuning bij voor de cliënt complexere activiteiten die van de cliënt moeten worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaan moeizaam. De cliënt kan niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. De ondersteuning houdt er rekening mee dat de cliënt mogelijk meer interventies nodig heeft door bijvoorbeeld gedragsproblemen. Zo nodig bieden van ondersteuning bij niet-uitstelbare ADL-handelingen zoals toiletgang, toezien op medicatie inname, nuttigen maaltijd. 3.5.4 Kortdurend verblijf/ Respijtzorg Algemeen doel van kortdurend verblijf (KDV) of respijtzorg is het ontlasten van mantelzorgers, gebruikelijke verzorger(s) en/of gezinsleden. Hiermee wordt gestimuleerd dat cliënten zo lang mogelijk zelfstandig of thuis kunnen blijven wonen. KDV is geen integrale voorziening. De ondersteuning bij Persoonlijke Verzorging, verpleging, OMD en OZL die noodzakelijk is tijdens het kortdurend verblijf worden apart toegewezen vanuit de Jeugdwet, Wmo 2015 of de Zorgverzekeringswet. Omschrijving KDV Bij de opdrachtnemer waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt indien nodig de dagelijkse zorg overgenomen. Het KDV omvat in ieder geval bed, bad, maaltijden (3 per dag) en verblijf. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij KDV. De cliënt is in principe zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor KDV. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Is de cliënt hiertoe niet in staat, dan wordt het vervoer geïndiceerd en door de opdrachtnemer georganiseerd. Omvang KDV De omvang van KDV is 1, 2 of 3 etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van 3 etmalen (72 uur) per week gesteld omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er mogelijk sprake van een dusdanig hoge zorgvraag waardoor overwogen moet worden of een intramurale indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Dit is voorliggend op een indicatie vanuit de Wmo. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week mogelijk te maken, zodat de mantelzorger op vakantie kan. Het is altijd aan de klantmanager om de inhoudelijke afweging te maken om af te wijken van de drie etmalen. Een belangrijke voorwaarde bij KDV is dat de cliënt geen beroep kan doen op een vorm van respijtzorg op grond van zijn/haar zorgverzekering. Als richtlijn voor OMD gaan we uit van twee dagdelen OMD per etmaal KDV. Indien individuele begeleiding noodzakelijk is kan OZL geïndiceerd worden (denk aan 1 op 1 begeleiding bij eten of bepaalde activiteiten). De klantmanager bekijkt hoeveel ondersteuning en welke vorm van ondersteuning nodig is tijdens het KDV. Overbruggingszorg Na ziekenhuisopname kan via de Zorgverzekeringswet eerstelijns verblijf worden ingezet voor een periode van maximaal 12 weken (met een optie tot eenmalige verlenging) als betrokkene (nog) niet zelfredzaam is bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zogenaamde herstelgerichte zorg. Daarbij moet wel uitzicht bestaan op terugkeer naar huis of een andere zelfstandige woonruimte. Als deze herstelgerichte zorg niet meer verlengd kan worden en betrokkene niet terug kan naar zijn woonruimte, kan er in het kader van de Wmo voor een bepaalde korte periode een indicatie kortdurend verblijf worden afgegeven tot dat er een adequate woonruimte beschikbaar is (bijvoorbeeld een aanleunwoning). Een WLZ-indicatie kan niet worden aangevraagd als de diagnostiek niet duidelijk is en er toch, op zeer korte termijn, een (kortdurend) verblijf nodig is. In dit geval kan, met uitzondering, respijtzorg worden ingezet vanuit de Wmo middels een indicatie voor kortdurend verblijf, met daarnaast wel het advies een WLZ-indicatie aan te vragen wanneer er nieuwe diagnostiek is gedaan. Daarnaast wordt er ook kortdurend verblijf geïndiceerd als hier een structurele behoefte aan is. Let op: er hoeft dus niet altijd sprake te zijn van 24-uurs zorg! Dit is een oud-criterium vanuit de AWBZ, evenals het criterium Permanent Toezicht. 3.5.5 Vervoer OMD Opdrachtgever hanteert het uitgangspunt dat opdrachtnemers verantwoordelijk zijn voor vervoer van en naar de maatschappelijke deelname (OMD) en kortdurend verblijf (KDV), als de cliënt en zijn omgeving zelf niet in een oplossing kunnen voorzien. Uitgangspunt is dat de ondersteuning zo dicht mogelijk bij de cliënt wordt georganiseerd. Vervoer maakt daarmee deel uit van de maatwerkvoorziening OMD en KDV en kan als onderdeel van die maatwerkvoorzieningen worden toegekend. Het vervoer moet altijd plaatsvinden overeenkomstig de normen inzake veilig vervoer, wagenpark en dient de code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelen) nageleefd te worden. Medio 2017 zal de nieuw vastgestelde regionale vervoersvisie naar verwachting leiden tot nieuwe afspraken en werkwijzen rondom vervoer. Tot uiterlijk 1 januari 2018 blijft vervoer onder dit bestek vallen; mogelijk ook nog na 1 januari, dit hangt af van de verdere uitwerking van de regionale vervoersvisie. De opdrachtnemer mag geen eigen bijdrage innen. Het vervoer is immers een onderdeel van de maatwerkvoorziening. Eventuele eigen bijdragen worden door de gemeente in rekening gebracht. Het is ook niet toegestaan dat de opdrachtnemer de vervoerscomponent aan de cliënt uitbetaalt om daarmee het vervoer zelf te regelen. De maatwerkwerkvoorziening collectief vervoer (Regiotaxi) mag niet worden ingezet voor vervoer van en naar de dagbesteding.

Rechtspraak bij dit artikel