Naar hoofdinhoud
3.4.1 Inleiding Beschermd wonenBeschermd wonen is volgens de Wmo 2015 wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding. Beschermd wonen is bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Het is gericht op: het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie; het psychisch en psychosociaal functioneren; stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld; het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. In de definitie van Beschermd wonen in de Wmo 2015 wordt gesproken over de ‘stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld’ en vervolgens ‘bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen. Slechts wanneer wordt vastgesteld dat iemand met een dergelijke achtergrond (blijvend of tijdelijk) niet in staat is zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven, is er aanleiding voor de gemeente om die persoon te ondersteunen. Bij beschermd wonen gaat het om mensen bij wie onderdak, toezicht en begeleiding niet afhankelijk zijn van op genezing gerichte zorg. Beschermd wonen is ook niet van toepassing als mensen zelfstandig kunnen wonen. Mensen die zelfstandig kunnen wonen voldoen aan een aantal voorwaarden zoals: Hij/zij is geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving. Er is sprake van een vast dagritme of dagstructuur door bijvoorbeeld (on)betaald werk, dagbesteding, school of vrije tijdbesteding. Hij/zij heeft inzicht in zijn situatie. Hij weet wanneer hij hulp moet vragen en vraagt om hulp indien nodig. Deze hulp hoeft niet acuut te worden geboden. Hij/zij is zelf in staat om contacten aan te gaan en deze te onderhouden. Hij beschikt over enige mate van assertiviteit en is in staat om grenzen aan te geven en voor zichzelf op te komen. Op grond van de Wmo (artikel 1.2.1 sub b e.v.) zijn (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van een voorziening in de vorm van beschermd wonen (TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 112). De gemeente Enschede is in dezen de centrumgemeente. Voor beschermd wonen en opvang zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt. De afspraken, over de uitvoering en de inzet van middelen, zijn opgenomen in het Convenant Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Twente. De centrale toegang wordt geregeld via het CIMOT. Het CIMOT werkt onder de verantwoordelijkheid van de twee centrumgemeenten Almelo en Enschede. Zie hiervoor het Beleidskader Beschermd Wonen Twente 2015. Voor alle andere doelgroepen met andere dominante grondslagen, te weten: somatiek, lichamelijke handicap, verstandelijke handicap, zintuigelijke handicap en psychogeriatrie wordt er verwezen naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Deze wetgeving geldt, wanneer sprake is van één van bovenstaande grondslagen, in deze als een voorliggende voorziening. Als betrokkene voldoet aan de bepalingen van artikel 3.2.1 van de WLZ is vaak een voorziening in het kader van de Wmo niet aan de orde. Opvang Onder Opvang wordt in de Wmo 2015 verstaan: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ook hierover zijn in Twente afspraken gemaakt in het convenant Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Twente en ook hier verloopt de toegang via het CIMOT. De volgende voorzieningen op het gebied van beschermd wonen en opvang kunnen worden verstrekt: Voorziening Doel Beoogd resultaat Beschermd wonen Bieden van onderdak, toezicht en ondersteuning aan personen die vooralsnog niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij en die 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Als Wlz niet mogelijk is biedt de Wmo via het CIMOT een mogelijkheid. Cliënt is op korte dan wel langere termijn in staat om al dan niet met ondersteuning zelfstandig te wonen, zonder zichzelf te verwaarlozen, overlast te veroorzaken en gevaar op te leveren voor zichzelf of de omgeving. Opvang/ kortdurend verblijf Bieden van tijdelijk onderdak en ondersteuning aan personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid, als gevolg van huiselijk geweld en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij. Cliënt is op korte termijn in staat om al dan niet met ondersteuning veilig zelfstandig te wonen, eventueel met ondersteuning in de vorm van OZL. 3.4.2 Afwegingskader Allereerst beoordeelt het college in het gesprek en het onderzoek of de beperkingen kunnen worden verminderd of worden weggenomen op eigen kracht, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk. Vervolgens beoordeelt het college in het gesprek en het onderzoek of de beperkingen kunnen worden verminderd of worden weggenomen met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. Als uit het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 blijkt dat de cliënt opvang of beschermd wonen nodig heeft, meldt het college deze situatie bij het CIMOT. Vanuit het CIMOT wordt, samen met het college van de gemeente van herkomst en de melder de noodzaak beoordeeld. Indien een voorziening in de vorm van opvang of beschermd wonen noodzakelijk is, realiseert het college bij voorkeur een plek in de gemeente van herkomst. Voor personen die de thuissituatie hebben verlaten om op vakantie of op avontuur te gaan of op zoek te gaan naar werk, is er voor het bieden van opvang door de gemeente geen aanleiding. Van dergelijke personen mag worden verwacht dat zij zelf zorg dragen voor onderdak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel