**1..** Het college stelt geen geldelijke steun vast indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de stadsvernieuwing en de volkshuisvesting niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van geldelijke steun heeft ontvangen;
de kosten van de voorzieningen minder dan € 6.806,70 bedragen;
de kosten van de voorzieningen € 45.378,02 te boven gaan;
de woning na het treffen van de voorzieningen - behoudens afwijking of ontheffing - niet voldoet aan het Bouwbesluit en de bouwverordening;
eerder in hetzelfde kalenderjaar of tegelijk met dat plan een ander plan met betrekking tot dezelfde woning is ingediend;
aan de woning, dezelfde of vergelijkbare voorzieningen binnen vijftien jaar voor het tijdstip van de aanvraag met geldelijke steun van overheidswege zijn aangebracht.
**2..** Het college kan in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder i.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2.1
Artikel 2.10
Artikel 2.10
Onderdeel van Verordening stadsvernieuwing Vlissingen