Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2.1

Artikel 2.10

Artikel 2.10

Onderdeel van Verordening stadsvernieuwing Vlissingen

1.. Het college stelt geen geldelijke steun vast indien: met het treffen van de voorzieningen het belang van de stadsvernieuwing en de volkshuisvesting niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd; de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van geldelijke steun heeft ontvangen; de kosten van de voorzieningen minder dan € 6.806,70 bedragen; de kosten van de voorzieningen € 45.378,02 te boven gaan; de woning na het treffen van de voorzieningen - behoudens afwijking of ontheffing - niet voldoet aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; eerder in hetzelfde kalenderjaar of tegelijk met dat plan een ander plan met betrekking tot dezelfde woning is ingediend; aan de woning, dezelfde of vergelijkbare voorzieningen binnen vijftien jaar voor het tijdstip van de aanvraag met geldelijke steun van overheidswege zijn aangebracht. 2.. Het college kan in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder i.

Rechtspraak bij dit artikel