Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2.1

Artikel 2.11

Artikel 2.11

Onderdeel van Verordening stadsvernieuwing Vlissingen

1.. De geldelijke steun wordt verleend onder de voorwaarde dat: niet tot verkoop van de woning wordt overgaan tot aan het moment van vaststelling van de geldelijke steun conform de bepalingen van deze verordening, tenzij het college voor een zodanige verkoop vooraf toestemming heeft verleend; met de uitvoering van de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt binnen dertien weken na de dag waarop het besluit tot verlening van de geldelijke steun aan de aanvrager is verzonden; het college kan deze termijn éénmaal met dertien weken verlengen; binnen vierentwintig maanden na de verlening van de geldelijke steun moeten de werkzaamheden zijn voltooid en moet de gereedmelding, zoals bedoeld in artikel 2.12, zijn ingediend; aan de door het college met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen: 1e toegang wordt verleend tot het onroerend goed; 2e inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; 3e de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens worden vastgesteld; 4e gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens; de bescheiden en gegevens die naar het oordeel van het college nodig zijn voor de juiste toepassing van dit hoofdstuk van de verordening worden verstrekt; bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met artikel 3 van het Vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven 1958; niet zonder voorafgaande toestemming van het college wordt afgeweken van het plan; de aanvrager de woning, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.17, gedurende vijftien jaren zal onderhouden; de woning, gedurende de in artikel 2.14 genoemde termijn, niet zonder voorafgaande toestemming van het college wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond; de eigendom van de woning, gedurende de in artikel 2.14 benoemde termijn, niet zonder voorafgaande toestemming van het college wordt overgedragen een derde. 2.. Het college kan nadere voorwaarden stellen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel