**1..** Geldelijke steun wordt niet verleend, indien de ondernemer zijn omzet in belangrijke mate bereikt met werkzaamheden op het terrein van:
bemiddeling en/of handel in roerende en onroerende goederen, dienstverlening en arbeidsbemiddeling, met uitzondering van reisbureaus;
dienstverlening inzake accountancy, boekhouden of administratie;
dienstverlening en advisering, anders dan door aanneming van werk, inzake techniek, bouwkunde, industrieel eigendom, reclame, informatica, incasso, taxatie, alsmede op juridisch, economisch of fiscaal terrein;
exploitatie van schoonheidsinstituten, pedicure, bad-, heilgymnastiek-, massage- of seksinrichtingen;
dienstverlening inzake onderwijs, opleiding, vertaling of rij-instructie.
**2..** Geldelijke steun wordt verder niet verstrekt voor zover de ondernemer geldelijke aanspraken heeft ontleend of kan ontlenen aan andere regelingen, waaronder begrepen het Burgerlijk Wetboek, of overeenkomsten, met uitzondering van de Algemene Bijstandswet [Stb. 1963, 284], de Wet Investeringsrekening [Stb. 1978, 368] en de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen of de regelingen, die daarvoor in de plaats komen of worden gesteld.
**3..** Geldelijke steun wordt tenslotte niet verstrekt, indien de ondernemer binnen een periode van vijf jaren geldelijke steun ingevolge dit hoofdstuk is toegekend, tenzij:
de ondernemer binnen de gestelde termijn van vijf jaren verschillende verbouwingen uitvoert, die zijn te beschouwen als één verbouwing;
de ondernemer op verschillende locaties bedrijfsactiviteiten uitvoert en binnen vijf jaren geldelijke steun aanvraagt voor één van de andere locaties, dan waarvoor reeds geldelijke steun is verleend.
**4..** Het college kan in bijzondere gevallen, de raadscommissie gehoord, afwijken van het bepaalde in het eerste lid, indien de daarin bedoelde ondernemer een bedrijf uitoefent in een detailhandelspand. (gew. rdbs. 25-04-2002)