In bijlage 8 zijn de relevante risicoveroorzakende bedrijven die binnen de gemeente Terneuzen aanwezig zijn, benoemd. De gemeente kiest voor een meer stringent brongericht beleid. Dit betekent dat we in het vergunningentraject van een bedrijf dat risicos voor zijn omgeving veroorzaakt de volgende uitgangspunten hanteren:
De vergunningaanvraag
De vergunningaanvraag moet alle gegevens bevatten die nodig zijn om alle belangen, waar onder de veiligheidsbelangen, af te wegen. Het betreft in ieder geval de maximaal aanwezige stoffen en de richtlijnen die van toepassing zijn. In bijlage 3 is hiervoor een checklist met mogelijke aandachtspunten opgenomen. Dit sluit aan bij de handleiding externe veiligheid in de milieuvergunning die door het IPO is opgesteld.
In onderstaande tabel staat wanneer we een QRA eisen en wanneer we de standaardafstanden (zoals opgenomen in de Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen) hanteren.
BEVI artikel 2.1; 4.5 en 4.6
QRA
moet
Standaard afstanden
QRA mag
a
inrichtingen waarop BRZO (VR en PBZO) van toepassing is
x
b
inrichtingen bestemt voor opslag in verband met vervoer GS (kortstondig aanwezig, stuwadoors)
x
c
aangewezen spoorwegemplacementen bestemd voor rangeren gevaarlijke stoffen
x
d
andere, door de Minister, aangewezen inrichtingen waarvan het PR 10-6 buiten de inrichting kan zijn gelegen
x
e
LPG-tankstations
< 1500 m3/jaar
x
>1500 m3/jaar
x
f
inrichtingen met meer dan 10 ton gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen of bestrijdingsmiddelen (CPR 152/3) per opslagplaats
x
tenzij (en/en): < 1,5% N
en< 2500 m2 per opslagplaats (meerdere mag), en< 100/jaar zeer toxische stoffen in open lucht dan:
x
x
g
inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is met een inhoud van meer dan 400 kg NH3
x
tenzij < 10.000 kg NH3 dan:
x
h
andere, door de Minister, aangewezen categorieën van inrichtingen waarvan het PR 10-6 buiten de inrichting kan zijn gelegen
x
Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag streven we naar de beste veiligheidssituatie binnen wettelijke, technische en financiële mogelijkheden. We toetsen daarbij aan de geldende regelgeving zoals het BEVI en het BRZO. Eventuele domino-effecten worden in dit kader mee beoordeeld.
Daarnaast zorgen we voor een goede afstemming van de procedures en de inhoud van alle vergunningen waarbij externe veiligheid een rol speelt (milieuvergunning, bouwvergunning, gebruiksvergunning). Hierbij houden we rekening met het advies van de brandweer ten aanzien van de mate van zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffect.
De considerans
In de considerans moet worden aangegeven op welke manier aan de uitgangspunten zoals genoemd in deze visie is voldaan. Daarnaast wordt hierin een uitwerking gegeven van de beoordeling van de risicos en de toetsing in het kader van het BEVI.
Maatregelen
Als uit de aanvraag blijkt dat maatregelen moeten worden getroffen om bijvoorbeeld aan de normen van het BEVI te voldoen4, is het zinvol deze in de voorschriften op te nemen. De voorschriften hebben met name betrekking op concrete activiteiten binnen de inrichting, zoals opslag, verbruik, gebruik, intern transport en het productieproces. Daarnaast kunnen registratieverplichtingen of meldingsverplichting worden opgenomen. Dit om de controle op de naleving van de voorschriften mogelijk te maken.
Propaantanks (welke niet onder het Besluit voorzieningen en installaties vallen) Met name ten aanzien propaantanks (in het buitengebied) hanteren we de volgende uitgangspunten:
We zorgen er in de eerste plaats voor dat afstand van de tanks tot kwetsbare objecten zo groot mogelijk is. In de tweede plaats onderzoeken we mogelijkheden om de risicobron beter af te schermen door bijvoorbeeld het realiseren van een stenen muur of ondergrondse opslag.
Propaantanks moeten indien mogelijk zodanig worden geplaatst, dat ze voor het vullen bereikbaar zijn zonder dat daarvoor gebieden met kwetsbare objecten (zoals bungalows en tenten) moeten worden doorkruist (aan de rand van een terrein).
LPG tankstations
Specifiek voor LPG tankstations gelden de volgende uitgangspunten:
Een nieuw LPG tankstation moet zo ver mogelijk van (beperkt) kwetsbare objecten zoals woonbebouwing worden geplaatst.
In de Wm-vergunningen nemen we indien mogelijk een doorzet van maximaal 1000 m³ per jaar op (hiervoor gelden afstandseisen voor de PR 10-6 contour van 45 meter).
Het groepsrisico binnen het invloedsgebied wordt bepaald aan de hand van de handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico.
Afstemming
We zorgen voor een goede afstemming van de procedures en de inhoud van alle vergunningen waarbij externe veiligheid een rol speelt (milieuvergunning, bouwvergunning, gebruiksvergunning). Hierbij houden we rekening met het advies van de brandweer ten aanzien van de mate van zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten.
Actualisatie vergunningen
In het project 3A Actualisatie vergunningen van het Uitvoeringsprogramma Risico s Inzicht worden vergunningen geactualiseerd volgens de hiervoor genoemde uitgangspunten.
4 Als dit het geval is moet de QRA opnieuw worden uitgevoerd, om te bepalen of met de voorgestelde maatregelen de gewenste veiligheidssituatie daadwerkelijk wordt gerealiseerd.