Artikel 4, onderdeel 3, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht
“Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt in aanmerking:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 10 m, en
de oppervlakte niet meer dan 50 m².”
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor de voorgevelrooilijnverlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
voor zover het bepaalde onder b, c en d niet van toepassing is, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 1,00 m;
voor zover het een erf- of perceelsafscheiding op gronden met een bedrijfsmatige bestemming betreft, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 2,00 m;
voor zover het een reclame-uiting op gronden met een bedrijfsmatige bestemming betreft, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 5,00 m;
voor zover het een constructie van onderling verbonden staanders ter ondersteuning en geleiding van planten of bomen betreft, niet zijnde een erf- of perceelsafscheiding, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m.
Voor een bouwwerk, zijnde een erf- of perceelsafscheiding, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien de hoogte van het bouwwerk, voor zover dit is gesitueerd achter de voorgevelrooilijn, meer bedraagt dan 2,00 m.
Voor een bouwwerk, zijnde een kleine windturbine, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
op het bouwperceel reeds een windturbine is geplaatst of vergund;
de windturbine is gesitueerd in voorerfgebied;
de windturbine is gesitueerd op een bouwperceel dat kleiner is dan 500 m²;
de windturbine is gesitueerd aan, op of bij een niet-vrijstaand hoofdgebouw;
de windturbine is gesitueerd in, aan, op of bij een beschermd monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht;
het een wiekturbine in een woongebied betreft.
Voor een bouwwerk, zijnde een aanlegsteiger die is gelegen in het gebied van het bestemmingsplan Goese Meer, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
de hoogte van het dek van de aanlegsteiger geen 1,90 m + NAP bedraagt;
voor zover de paalhoogte van de voorzijde van de aanlegsteiger niet gelijk is aan de hoogte van het dek van de aanlegsteiger, de paalhoogte geen 2,70 m + NAP bedraagt;
de breedte van het dek van de aanlegsteiger minder bedraagt dan 0,50 m of meer bedraagt dan 1,50 m;
de aanlegsteiger niet is gesitueerd op gronden met een functieaanduiding “aanlegsteiger”, zoals aangeduid op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding.