Artikel 4, onderdeel 4, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht
“Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt in aanmerking:
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.”
Voor een dakopbouw of gelijksoortige, niet op de grond staande uitbreiding op een hoofdgebouw, zich niet uitstrekkende over de gehele lengte en breedte van het hoofgebouw, bedoeld ter ophoging van de voorgevel, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het hoofdgebouw is voorzien van een schuin dak;
voor zover het hoofdgebouw is voorzien van een plat dak, de bouwhoogte van de dakopbouw de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt.
Voor een dakopbouw of gelijksoortige, niet op de grond staande uitbreiding op een hoofdgebouw, zich niet uitstrekkende over de gehele lengte en breedte van het hoofgebouw, bedoeld ter ophoging van de achtergevel, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
de bouwhoogte van de dakopbouw de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het hoofdgebouw is voorzien van een schuin dak, de goothoogte van de dakopbouw meer bedraagt dan 6,00 m.
Voor een dakopbouw of gelijksoortige, niet op de grond staande uitbreiding op een bijbehorend bouwwerk verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het bijbehorend bouwwerk niet tegen het hoofdgebouw is aangebouwd;
voor zover het een dakopbouw betreft met een plat dak, de bouwhoogte van de dakopbouw meer bedraagt dan 6,00 m of de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het een dakopbouw betreft met een schuin dak, de goothoogte van de dakopbouw de goothoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het een dakopbouw betreft met een schuin dak, de bouwhoogte van de dakopbouw de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt.