Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Raadscommissieverordening 2003

Bij elk agendapunt kunnen andere aanwezigen dan de commissieleden, het college van burgemeester en wethouders, de griffier en de secretaris het woord voeren. Ook kan bij aanvang van de vergadering het woord worden gevoerd over niet geagendeerde onderwerpen in geval van een burgerinitiatief of een politiek actueel onderwerp. Het woord kan niet worden gevoerd: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter open staat of heeft opengestaan; over een benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit voorafgaande aan de vergadering bij de griffier. Hij of zij meldt zijn naam, indien relevant zijn organisatie en het onderwerp waarover hij of zij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meerdere sprekers bij een agendapunt zijn. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de commissie doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel