Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2:2.

Artikel 2:2.

Onderdeel van Beleidskader, toepassing ontheffing, artikel 3.23 Wro

Voor de toepassing van een ontheffing voor een uitbreiding van of bijgebouw bij een woning binnen en buiten de bebouwde kom, op het zij- of achtererf, geldt aanvullend op artikel 4.1.1 Bro dat: de aan- of uitbouw of het bijgebouw dient ter vergroting van het woongenot; op het zij- of achtererf mogen aan-, uit- of bijgebouwen worden gebouwd; voor percelen kleiner dan 500m² de grondoppervlakte maximaal 15% van de oppervlakte van het bouwperceel in kwestie mag bedragen, maar niet meer dan 50m²; indien het perceel groter is dan 500m², een maximale grondoppervlakte geldt van 75m²; indien het perceel groter is dan 1000m² en is gelegen buiten de bebouwde kom, een maximale grondoppervlakte geldt van 50m²; de goot- of nokhoogte van de aan- en/of uitbouw niet hoger mag zijn dan 3 meter dan wel hoger indien dit uit welstandsoverwegingen of bouwtechnische redenen noodzakelijk wordt geacht; de nokhoogte maximaal 5 meter mag bedragen; de afstand van het bouwwerk tot de voorgevelrooilijn minimaal 2,5 meter moet bedragen, tenzij uit stedenbouwkundig, esthetisch en/of verkeersveiligheidsoogmerk blijkt, dat het niet bezwaarlijk is om dichter of op de voorgevelrooilijn te bouwen; het zij- of achtererf door het bouwen voor niet meer dan 50% bebouwd wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel