Voor de toepassing van een ontheffing voor een uitbreiding van of bijgebouw bij een woning binnen en buiten de bebouwde kom, op het zij- of achtererf, geldt aanvullend op artikel 4.1.1 Bro dat:
de aan- of uitbouw of het bijgebouw dient ter vergroting van het woongenot;
op het zij- of achtererf mogen aan-, uit- of bijgebouwen worden gebouwd;
voor percelen kleiner dan 500m² de grondoppervlakte maximaal 15% van de oppervlakte van het bouwperceel in kwestie mag bedragen, maar niet meer dan 50m²;
indien het perceel groter is dan 500m², een maximale grondoppervlakte geldt van 75m²;
indien het perceel groter is dan 1000m² en is gelegen buiten de bebouwde kom, een maximale grondoppervlakte geldt van 50m²;
de goot- of nokhoogte van de aan- en/of uitbouw niet hoger mag zijn dan 3 meter dan wel hoger indien dit uit welstandsoverwegingen of bouwtechnische redenen noodzakelijk wordt geacht;
de nokhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;
de afstand van het bouwwerk tot de voorgevelrooilijn minimaal 2,5 meter moet bedragen, tenzij uit stedenbouwkundig, esthetisch en/of verkeersveiligheidsoogmerk blijkt, dat het niet bezwaarlijk is om dichter of op de voorgevelrooilijn te bouwen;
het zij- of achtererf door het bouwen voor niet meer dan 50% bebouwd wordt.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:2.
Artikel 2:2.
Onderdeel van Beleidskader, toepassing ontheffing, artikel 3.23 Wro