Ingevolge dit artikel zijn B&W bevoegd om aan een bouwvergunning voorwaarden te verbinden. De Afdeling lijkt de reikwijdte van artikel 56 Ww ruimer op te vatten dan in vroegere jurisprudentie. Dat heeft zich in recente jurisprudentie met name gemanifesteerd in het toelaatbaar achten van aan een bouwvergunning te verbinden sloopvoorwaarden, waarvan tot voor kort werd aangenomen dat deze in strijd waren met het bepaalde in artikel 56 Ww. De relatie tussen artikel 56 Ww en de intrekkingsgrond van artikel 59 lid 1 sub b Ww is evident. Naarmate de reikwijdte van artikel 56 Ww wordt opgerekt kunnen er meer voorwaarden aan de bouwvergunning worden verbonden en kunnen zich in potentie meer situaties voordoen waarbij de vergunninghouder kan worden verweten dat hij zich niet aan één van de vergunningvoorwaarden heeft gehouden. Kort gezegd: hoe ruimer de reikwijdte van artikel 56 Ww, des te groter het toepassingsbereik van artikel 59 lid 1 sub b Ww. Is aan de bouwvergunning een voorwaarde verbonden en wordt aan die voorwaarde niet voldaan, dan ontstaat daarmee de bevoegdheid om de bouwvergunning ex artikel 59 lid 1 sub b Ww in te trekken. Interessante vraag die daarbij rijst, is of ook d?e intrekking terugwerkende kracht heeft. Zo ja, dan zal de intrekking tot gevolg hebben dat ook het bouwwerk waarvoor vergunning is verleend, na de intrekking daarvan zonder bouwvergunning (en dus in strijd met artikel 40 Ww) is gebouwd. Over de vraag of de intrekking van een bouwvergunning altijd terugwerkende kracht heeft wordt in de literatuur verschillend gedacht. Dit laat onverlet dat door het bestuursorgaan in plaats van intrekking ook kan worden gekozen voor handhaving van de verleende vergunning, met name van de daaraan verbonden sloopvoorwaarde. De uitspraak d.d. 13 november 2002 illustreert dat die juridisch begaanbare weg leidt tot het eigenlijke resultaat waarvoor destijds bouwvergunning is verleend: het nieuwe bouwwerk blijft bestaan en het oude wordt conform de bouwvergunningvoorwaarde gesloopt. Bezien vanuit het met de bouwvergunningverlening beoogde feitelijke resultaat, lijkt handhaving van de voorwaardelijke bouwvergunning daarom een effectievere weg te zijn dan de intrekking van de voorwaardelijke bouwvergunning.