Voor het volgen van een vergunningsprocedure voor het wijzigen, afbreken of verwijderen van een rijksmonument is artikel 14a van de Monumentenwet 1988 van toepassing.
Het college zendt een afschrift van de aanvraag om vergunning met de ingebrachte zienswijzen om advies aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en het advies van Gedeputeerde Staten voor een rijksmonument dat ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom.
Het college zendt een afschrift van de aanvraag om vergunning met de ingebrachte zienswijzen om advies aan de ruimtelijke kwaliteitscommissie.
De ruimtelijke kwaliteitscommissie adviseert schriftelijk aan het college over de aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het verzoek. Indien een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht kan de termijn met ten hoogste vier weken worden verlengd.
Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijnen wordt de ruimtelijke kwaliteitscommissie geacht geadviseerd te hebben.
HOOFDSTUK 3: › Paragraaf 3
Artikel 14 Vergunning voor een beschermd rijksmonument
Artikel 14 Vergunning voor een beschermd rijksmonument
Onderdeel van Monumentenverordening 2005