Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, legt het het concept-aanwijzingsbesluit vier weken ter visie en vraagt het, met de ingebrachte zienswijzen, advies aan de ruimtelijke kwaliteitscommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven.
De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord Brabant.