Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 2.

Uitgangspunten

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Uithoorn 2017

1.. Bij het aanbieden van voorzieningen op grond van deze verordening hanteert het college de volgende uitgangspunten: de doelgroep is in eerste instantie zelf verantwoordelijk om activiteiten te ontwikkelen, gericht op arbeidsinschakeling of, zolang dat niet mogelijk is, gericht op maatschappelijke participatie; de doelgroep is verplicht om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; als het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid nog niet mogelijk is, worden voorzieningen aangeboden om belemmeringen met betrekking tot re-integratie weg te nemen; voorzieningen worden aangeboden in het perspectief van duurzame zelfredzaamheid en het terugdringen van het beroep op een uitkering; indien volledige uitstroom naar het oordeel van het college nog geen reële mogelijkheid is, kan het college van de uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie naar vermogen verlangen. 2.. Indien bijstand wordt verleend aan een gezin, behoren de meerderjarige gezinsleden ook tot de doelgroep. 3.. Bij de inzet van re-integratiemiddelen wordt prioriteit gegeven aan: die voorzieningen die naar het oordeel van het college het meest efficiënt zijn; bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op de inschakeling in de arbeid; een voorziening wordt slechts tijdelijk aangeboden. 4.. Het college kan voorzieningen aanbieden aan personen die niet tot de doelgroep van deze verordening behoren. Bij nadere regelgeving kan het college groepen gelijkstellen met personen behorende tot de doelgroep.

Rechtspraak bij dit artikel