1.. De ambtenaar die een dienstwoning bewoont, moet deze behoorlijk bewonen en mag zonder toestemming van het college geen veranderingen aan de woning (laten) aanbrengen.

2.. De ambtenaar onthoudt zich met betrekking tot het uiterlijk aanzien van de dienstwoning of het daarbij behorende erf van iedere handeling, waaruit van enige politieke gezindheid zou kunnen blijken.