Naar hoofdinhoud
Verwervingsbeleid staat altijd ten dienste van de directe planrealisering in een concreet project. Verwer­ving is daarbij gebaseerd op een verwervingsstrategie voor een concreet project. Gronden c.q. gebouwd onroerend goed worden alleen dan verworven als de betreffende verwerving noodzakelijk is voor de reali­sering van het ruimtelijk doel, mede na een duidelijke risicoafweging van het al dan niet verwerven van het betreffende object. Verwerving van gronden c.q. gebouwd onroerend goed als strategisch object ge­schiedt alleen als uit een risicoanalyse het expliciete voordeel daarvan boven verwerving door derden c.q. niet-verwerven door de gemeente blijkt. In deze risicoanalyse wordt mede het belang van de betreffende verwerving als expliciet ruilobject voor het betreffende of een ander project betrokken. Ook hier staat als uiteindelijk doel het bereiken van de ruimtelijke doelstelling voorop. Grond c.q. gebouwd onroerend goed wordt vanwege de inzet van publieke middelen en de publieke taak van de gemeente, mede in relatie tot het vermogensbeslag van de gemeente, daarom niet verworven uit speculatieve overwegingen. De toekomstige waarde van de verwerving voor de gemeente dient bij de besluitvorming te worden afge­zet tegen onder andere de kosten en werkdruk van het (tijdelijk) beheer tot het moment van realisering van de nieuwe bestemming, de mogelijkheid om later alsnog het perceel te verwerven en het psychologisch effect van de verwerving. Toepassing van het gemeentelijk voorkeursrecht en onteigening wordt beoordeeld in het kader van de integrale besluitvorming over het toepassen van (in meer of mindere mate) actief grondbeleid. Voordat daartoe in een concreet geval wordt besloten, zal kritisch worden afgewogen (bijvoorbeeld door het opstellen van een ‘quick scan risicoanalyse’) of de mogelijke revenuen van actieve deelname opwegen tegen het risico daarvan. Daarbij worden in ieder geval de juridische en financiële risico’s van de actieve inzet kritisch beoordeeld.

Rechtspraak bij dit artikel