Indien een medewerker melding maakt van ongewenst gedrag bij de leidinggevende dan lost deze de zaak zelf op; de artikelen 2:3 onder a tot en met c, 2:4, 2:5 en 2:6 ten aanzien van de decentrale vertrouwenspersoon zijn van overeenkomstige toepassing; de leidinggevende kan ondersteuning vragen van de decentrale vertrouwenspersoon of de centrale vertrouwenspersoon.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2:1
(behandeling door de leidinggevende)
Onderdeel van Regeling Vertrouwenswerk 2007