Het diensthoofd wijst na overleg met de ondernemingsraad een of meer decentrale vertrouwenspersonen voor zijn dienst aan. Het diensthoofd voert jaarlijks een functioneringsgesprek met de decentrale vertouwenspersoon. In dit gesprek legt de vertrouwenspersoon geen inhoudelijke verantwoording af.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2:2
(aanwijzen van decentrale vertrouwenspersonen)
Onderdeel van Regeling Vertrouwenswerk 2007