**1..** De decentrale vertrouwenspersoon heeft tot taak:
het behandelen en afdoen van een melding;
het zo nodig doorverwijzen van de medewerker naar de centrale vertrouwenspersoon;
het bieden van nazorg aan de medewerker die een melding heeft gedaan;
het gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het diensthoofd of andere personen binnen de dienst inzake preventie en bestrijding van ongewenst gedrag;
het binnen de dienst behulpzaam zijn van het diensthoofd bij het verzorgen van voorlichting en publiciteit over ongewenst gedrag, en de uitvoering van deze regeling.
**2..** Een melding wordt zo spoedig mogelijk afgedaan.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2:3
(taken van decentrale vertrouwenspersonen)
Onderdeel van Regeling Vertrouwenswerk 2007