**1..** Indien voor de ambtenaar na 18 maanden geen definitieve oplossing is gerealiseerd en het diensthoofd kan aantonen dat het gestelde in artikel 3:2, eerste lid, op objectieve gronden niet kan worden nageleefd, kan, mede gelet op het advies als bedoeld in artikel 3:2, zevende lid, ontslag op grond van opheffing van de betrekking volgen.
De termijn wordt verlengd met de in artikel 3:2, tweede lid, bedoelde periode en/of de in artikel 3:4, derde lid, afgesproken interimperiode en/of de in artikel 3:5, eerste lid, bedoelde proefperiode.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde ontslag gaat met in achtneming van de geldende opzegtermijn in op de eerste dag na afloop van de in artikel 3:2 genoemde bemiddelingstermijn.
**3..** Indien de ambtenaar een bezwaarschrift indient tegen het besluit tot reorganisatieontslag als bedoeld in het eerste en tweede lid, dan kan dit besluit pas worden geëffectueerd nadat het college heeft besloten op het bezwaarschrift.
**4..** Indien na ontslag en het verstrijken van de periode waarin recht op toepassing van hoofdstuk 10 of 10a ARG bestaat, een bijzondere schrijnende financiële situatie voor de gewezen ambtenaar dreigt is het college bevoegd ten aanzien van de ambtenaar een specifieke maatregel te treffen. Het college informeert de Commissie voor Georganiseerd Overleg over de criteria op grond waarvan de maatregel is getroffen.