Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Ouderbetrokkenheid en informeren ouders

Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzalen en voorschoolse educatie 2014

1.. De houder van een instelling maakt jaarlijks per locatie een analyse van de ouderpopulatie. Op basis hiervan formuleert de houder jaarlijks per locatie specifiek ouderbeleid. De houder neemt hierbij de door het college opgestelde richtlijnen in acht. 2.. De houder van de instelling informeert de ouders voorafgaand aan de plaatsing van hun kind over het beleid van de voor- en bijbehorende vroegschool en dat van de ouders een actieve rol wordt verwacht. 3.. Bij aanmelding van het kind vindt een intakegesprek plaats, waarbij de ouders worden gevraagd naar het gedrag en eventuele bijzonderheden van hun kind en naar de thuissituatie en hun eigen wijze van opvoeden. 4.. De houder van de instelling biedt concrete activiteiten aan om ouders te stimuleren thuis met hun kind ontwikkelingsstimulerende activiteiten van voorschoolse educatie te doen. 5.. Ouders worden door de houder van de instelling actief betrokken bij de activiteiten van de voorschoolse educatie. 6.. De houder zorgt ervoor dat er coördinatie plaatsvindt op het geheel aan activiteiten met als resultaat dat ouders betrokken zijn bij de voorschoolse activiteiten. De coördinatie om ouders te betrekken bij de voorschoolse educatie is belegd bij een leidinggevende of coördinator, één van de beroepskrachten of bij een apart hiervoor aangestelde functionaris. 7.. Ouders worden regelmatig geïnformeerd over de ontwikkeling van hun kind.

Rechtspraak bij dit artikel