Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bepaling salarisschaal

Onderdeel van Bezoldigingsregeling

De salarissen van de medewerkers, van wie het salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR/UWO. De toepassing van bijlage IIa vindt plaats conform het gestelde in artikel 3:1, derde tot en met vijfde lid van de CAR/UWO. Het college bepaalt de voor de betreffende functie geldende salarisschaal. Dit vindt plaats aan de hand van functiebeschrijvingen, functiewaarderingsonderzoek en de vastgestelde conversie. Als de medewerker nog niet volledig voldoet aan de minimale eisen die aan de functie worden gesteld, kan het salaris bepaald worden op een salarisschaal met een lager maximumsalaris dan het maximum van de voor de functie geldende salarisschaal, de aanloopschaal. Na maximaal 12 maanden geldt voor de medewerker de bij de uitkomst van de functiewaardering behorende salarisschaal, tenzij uit personeelsbeoordeling blijkt dat hij nog niet volledig voldoet aan het minimaal noodzakelijke niveau voor de functie. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 6.Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid in het kader van re-integratie, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAR/UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de al voor hem geldende salarisschaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel