Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bepaling salaris

Onderdeel van Bezoldigingsregeling

1.. Bij eerste aanstelling ontvangt de medewerker in de regel het minimumsalaris in de voor hem geldende salarisschaal. Op basis van elders opgedane relevante kennis, ervaring en vaardigheden kan het college bij eerste aanstelling een hoger salaris in de voor hem geldende salarisschaal vaststellen dan het minimumsalaris. 2.. Bij benoeming in een andere functie waarvoor dezelfde salarisschaal geldt wordt het salaris in de regel bepaald op hetzelfde salaris als in de oude functie. Het salaris zal nooit minder zijn dan het salaris waarop hij in de oude functie aanspraak zou hebben. 3.. Bij benoeming in een andere functie waarvoor een hogere salarisschaal geldt wordt het salaris in de voor hem geldende nieuwe salarisschaal opnieuw bepaald. Het salaris in de nieuwe schaal wordt vastgesteld op minimaal het bedrag gelegen onmiddellijk boven het bedrag dat de medewerker in de oude schaal zou hebben genoten. 4.. Bij benoeming in een andere functie waarvoor een lagere salarisschaal geldt wordt het salaris bepaald op het salaris in de oude functie, doch maximaal op het maximumsalaris in de nieuwe salarisschaal. Indien het salaris in de oude functie hoger is dan het maximumsalaris in de nieuwe salarisschaal wordt de medewerker het verschil bij wijze van toelage toegekend. Deze toelage wordt als salaris aangemerkt. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin is niet van toepassing indien de daar bedoelde benoeming plaatsvindt aansluitend op een tijdelijke benoeming in een functie waarvoor een hogere salarisschaal gold en de medewerker bij die tijdelijke benoeming is meegedeeld dat de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden en in gevallen waarop het sociaal statuut van toepassing is. 5.. Indien de in de eerste volzin van het vierde lid bedoelde benoeming plaatsvindt als disciplinaire maatregel conform artikel 16:1:2 lid h van de CAR/UWO of wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie anders dan door ziekte wordt het salaris bepaald op basis van de nieuwe salarisschaal. 6.. Als de in de eerste volzin van het vierde lid bedoelde benoeming plaatsvindt op aanvraag van de medewerker wordt het salaris bepaald op basis van de nieuwe functieschaal. Is de medewerker 55 jaar of ouder en op zijn aanvraag benoemd in een andere functie waarvoor een lagere functieschaal geldt, dan blijft de pensioenopbouw gebaseerd op het salaris in de oude functie. 7.. Wanneer als gevolg van een hernieuwde waardering van de functie voor de medewerker een hogere salarisschaal gaat gelden wordt het salaris bepaald op een gelijk salaris doch minimaal op het minimumsalaris in de nieuwe salarisschaal. 8.. Wanneer als gevolg van een hernieuwde waardering van de functie voor de medewerker een lagere salarisschaal gaat gelden wordt het salaris bepaald op een gelijk salaris, doch maximaal op het maximumsalaris in de nieuwe salarisschaal. Indien het laatstelijk genoten salaris hoger is dan het maximumsalaris in de nieuwe salarisschaal wordt de medewerker het verschil bij wijze van toelage toegekend. Deze toelage wordt als salaris aangemerkt. De medewerker behoudt het salarispectief behorende bij de oude salarisschaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel