1.. Deze subsidieverordening is van toepassing op de subsidiëring van activiteiten op het terrein van welzijn, zorg, jeugd, onderwijs, sport, cultuur, vrijwilligersbeleid, recreatie, toerisme en milieu.

2.. De specifieke omschrijving van de te subsidiëren activiteiten kan worden vastgelegd in een beleidsregel, dat een bevoegdheid is van het college (art. 4:81 van de wet).

3.. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.