In deze verordening wordt verstaan onder:
P-wet: Participatiewet
recidiveboete : bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de P-wet;
bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken op het moment dat de boete wordt opgelegd, met uitzondering van:
bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de P-wet;
een positief saldo op bank- en spaarrekening dat gelijk is aan de
toepasselijke bijstandsnorm over één maand;
verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de P-wet;
bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm op grond van paragraaf 3.2 van de P-wet verminderd met de verlaging in verband met lage woonlasten op grond van artikel 27 van de P-wet en inclusief vakantiegeld.
Toelichting
Lid 3
De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Deze definitie is noodzakelijk omdat het aanwezige bezit van invloed is op de mate waarin de boete verrekend kan worden met de uitkering. Het gaat bij bezit om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen.
Het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, wijkt af van het begrip vermogen als bedoeld in artikel 34 van de P-wet. Eventueel aanwezige schulden worden niet in mindering gebracht. Ook de vermogensgrenzen van artikel 34, derde lid, van de P-wet zijn hier niet van toepassing. Van een belanghebbende die een recidiveboete opgelegd heeft gekregen mag verwacht worden dat hij de bezittingen gebruikt om de boete te betalen. Een uitzondering is gemaakt voor een bedrag dat gelijk is aan de bijstandsuitkering over één maand. Na de periode van drie maanden, zal belanghebbende nog middelen moeten hebben om de daarop volgende maand te overbruggen.
Het bezit wordt vastgesteld ten tijde van de boeteoplegging. In de uitnodigingsbrief voor het boetegesprek wordt belanghebbende gevraagd om gegevens mee te nemen over zijn bezit. Als hij niet op het boetegesprek komt, kunnen de gegevens toegestuurd worden.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Definities
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Hollands Kroon 2015