Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Verrekenen bij onvoldoende of geen bezit

Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Hollands Kroon 2015

Indien het bezit van een belanghebbende niet tenminste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt of lager is dan de recidiveboete, verrekent het college de recidiveboete volledig met de bijstandsnorm totdat een bedrag gelijk aan het bedrag van het bezit verrekend is. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende maanden met 20% van de bijstandsnorm. Indien belanghebbende geen bezit heeft, verrekent het college de boete met 20% van de bijstandsnorm. Indien de recidiveboete lager is dan € 340,-- en de lichte procedure is toegepast, verrekent het college de boete met 20% van de bijstandsnorm. Toelichting Lid 1 en 2 Het kan voorkomen dat het bedrag aan bezit niet hoog genoeg is voor volledige verrekening gedurende drie maanden. Zodra het bedrag aan bezit verrekend is, volgt - voor de resterende periode - de verrekening met 20%. Lid 4 Bij een boete van € 340,-- wordt er geen boetegesprek gevoerd. Er is dan ook geen moment waarop de gegevens over het bezit opgevraagd kunnen worden. Het bedrag van € 340,-- kan in alle gevallen verrekend worden met 20% van de bijstandsnorm. Uit praktische overwegingen is gekozen voor deze werkwijze. Er wordt dan dus gehandeld alsof er geen bezit is.

Rechtspraak bij dit artikel