**1..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging als:
- - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
- - de gedraging heeft plaatsgevonden meer dan twee jaar voordat het college deze geconstateerd heeft, en het niet één van de gedragingen betreft zoals opgenomen in artikel 18, vierde lid, PW.
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van het opleggen van een verlaging op grond van dringende redenen, legt het college dit vast in een besluit.