**1..** In aanvulling op artikel 9 lid 2 van de ASA 2013 kan het college weigeren subsidie te verlenen indien:
door de toezichthouder één of meer overtredingen zijn geconstateerd van de belangrijkste voorwaarden voor de wettelijke basiskwaliteit van kindercentra:
voldoende gekwalificeerd personeel;
goed pedagogisch klimaat;
veilige situatie;
gezonde omgeving;
goede accommodatie;
niet elke beroepskracht voorschoolse educatie voldoet aan de Amsterdamse taalnorm voor voorschoolse educatie:
mondelinge taalvaardigheid en leesvaardigheid op niveau B2/3F;
schriftelijke taalvaardigheid op niveau B1/2F;
uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat de voorschoolse educatie niet voldoet of redelijkerwijs niet zal voldoen aan de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden op organisatieniveau:
visie en beleid op voorschoolse educatie;
stimuleren van ouderbetrokkenheid;
faciliteren van permanente educatie;
inzet van zorgcoördinatie of de aansluiting bij een externe voorziening hiervoor;
realiseren van een rijke speelleeromgeving;
doorgaande lijn naar de basisschool en
de samenwerking met andere partners op het gebied van educatie, zorg en participatie.
**2..** In aanvulling op het eerste lid kan het college subsidie voor activiteiten ter voorbereiding op het aanbieden van voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a, weigeren te verlenen, indien:
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een effectief en duurzaam aanbod van voorschoolse educatie en het aantrekken van doelgroepkinderen;
voor het kindercentrum eerder subsidie is verleend ter voorbereiding op of voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
**3..** In aanvulling op het eerste lid kan het college subsidie voor het aanbieden van voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b en artikel 4 lid 2, weigeren te verlenen, indien:
door de toezichthouder een overtreding is geconstateerd van de voorschriften gesteld bij of krachtens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
niet elke beroepskracht voorschoolse educatie volgens de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid beschikt over:
de basiskennis van het leren en zich ontwikkelen van jonge kinderen in het algemeen en jonge kinderen met een taalachterstand in het bijzonder en
de vaardigheden om deze ontwikkeling te steunen en te stimuleren;
een groep niet voldoet aan de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden op groepsniveau:
stimuleren van de brede ontwikkeling van het jonge kind;
volgen van de ontwikkeling van kinderen aan de hand van een kindvolgsysteem;
werken volgens een in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut opgenomen methode voor voorschoolse educatie;
beredeneerd, passend ontwikkelaanbod;
ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht werken;
doorgaande ontwikkellijn naar de basisschool;
ouderbetrokkenheid;
samenwerking met partners in de omgeving en voor zover het betreft subsidie bedoeld in artikel 4 lid 2 sub b, tevens indien:
aan de houder van een andere voorschool subsidie is of wordt verleend om ouderbetrokkenheid te stimuleren op een aan een voorschool gekoppelde vroegschool of vroegschoolvariant.