Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse educatie Amsterdam 2018

1.. In aanvulling op artikel 5 lid 2 ASA 2013 worden bij de aanvraag om subsidie de volgende gegevens en stukken overgelegd: a.. indien er op een kindercentrum waarvoor subsidie wordt aangevraagd, door de toezichthouder één of meer overtredingen zijn geconstateerd van de belangrijkste voorwaarden voor de wettelijke basiskwaliteit van kindercentra, bedoeld in artikel 13 lid 1 van deze regeling: gegevens en documenten waaruit blijkt dat en binnen welke termijn deze overtredingen zijn respectievelijk worden hersteld en hoe deze overtredingen in het vervolg worden voorkomen; b.. afschriften van diploma's en certificaten waaruit blijkt dat de beroepskrachten voorschoolse educatie voldoen aan de Amsterdamse taalnorm voor voorschoolse educatie; c.. afschriften van diploma's en certificaten waaruit blijkt of dan wel in hoeverre de beroepskrachten voorschoolse educatie voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid; d.. een plan waaruit blijkt hoe de subsidie wordt ingezet om de Amsterdamse kwaliteitsvoorwaarden op organisatieniveau te realiseren en te borgen, waarbij in ieder geval de volgende elementen aan de orde komen: -. visie en beleid op voorschoolse educatie; -. stimuleren van ouderbetrokkenheid; -. faciliteren van permanente educatie; -. inzet van zorgcoördinatie; -. realiseren van een rijke speelleeromgeving; -. doorgaande lijn naar de basisschool en -. de samenwerking met andere partners op het gebied van educatie, zorg en participatie. 2.. In afwijking van het eerste lid, onder b, c, en d, van dit artikel, kan bij een aanvraag om subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b en artikel 4 lid 2 sub a, worden volstaan met het verwijzen naar de meest recente rapportage over de kwaliteit van de voorschoolse educatie, voor zover daaruit blijkt dat wordt voldaan aan de onder het eerste lid, onder b, c, en d genoemde kwaliteitsvoorwaarden. 3.. In aanvulling op het eerste lid van dit artikel wordt bij de aanvraag om subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b en artikel 4 lid 2, aangegeven: a.. per groep waarin voorschoolse educatie wordt aangeboden, op grond van een beredeneerde schatting, het gemiddeld aantal Amsterdamse kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar dat minimaal 400 uur voorschoolse educatie per jaar afneemt in die groep en b.. het gemiddeld aantal doelgroepkinderen per jaar in die groep en, indien van toepassing, c.. voor ouderbetrokkenheid op de vroegschool: het genormeerd aantal groepen 1 en 2 op de gekoppelde vroegschool en/of vroegschoolvariant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel