Het college beoordeelt de eigen kracht aan de hand van de volgende elementen:

  • - het hebben van huisgenoten;
  • - in hoeverre mantelzorg de nodige hulp en ondersteuning kan bieden;
  • - het hebben van een sociaal netwerk en de bereidheid van dit netwerk om te helpen;
  • - of sprake is van (boven)gebruikelijke hulp en hoe dit wordt vastgesteld;
  • - vaardigheden en mogelijkheden om de hulp te bieden;
  • - beschikbaarheid om de hulp te bieden;
  • - mate van planbaarheid van de benodigde zorg;
  • - het ontstaan van overbelasting;
  • - het relevante normenkader; en
  • - overige individuele omstandigheden die worden ingebracht.