Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Benoeming burgerleden en voorzitter

Onderdeel van Verordening op de Opinieraden

1. Een opinieraad bestaat uit alle fracties uit de raad welke maximaal 3 leden uit hun fractie mogen afvaardigen, waarvan 1 minimaal raadslid. 2. Iedere fractie mag beschikken over drie burgerleden, welke op voordracht van de fractie worden benoemd. 3. De artikelen 10, 12, 11, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden. 4. Alle leden van de raad en alle burgerleden worden benoemd als lid van iedere opinieraad. 5. De raad benoemt de voorzitters, voorzitters kunnen elkaar onderling vervangen. De raad kan een algemeen plaatsvervangend voorzitter benoemen. 6. Alvorens aan hun werkzaamheden te beginnen leggen zij in handen van de voorzitter van de raad of van één van de opinieraden de volgende eed of verklaring en belofte af: “Ik zweer dat ik, om tot lid van de opinieraden benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de opinieraden naar eer en geweten zal vervullen.” “ Zo waarlijk helpe mij God almachtig” Of: “Ik verklaar dat ik, om tot lid van de opinieraden benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de opinieraden naar eer en geweten zal vervullen.” “Dat verklaar en beloof ik!”

Rechtspraak bij dit artikel