Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Zittingsperiode en ontslag burgerleden en voorzitters

Onderdeel van Verordening op de Opinieraden

1. De zittingsperiode van een burgerlid of voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een burgerlid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, tweede lid, gestelde eisen. 3. De raad kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 15, lid 1 onder d van de Gemeentewet. 4. Een voorzitter houdt op voorzitter te zijn indien deze geen lid van de raad meer is. 5. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. De raad kan daarnaast besluiten een burgerlid te ontslaan wegens handelen in strijd met de gedragscode die is opgenomen in het integriteitsbeleid van de gemeente Woensdrecht. 6. De raad kan een voorzitter van een opinieraad ontslaan. 7. Een burgerlid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in één maand na de schriftelijke mededeling of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel