**1..** Binnen vier weken na de vaststelling van het programma door het college nodigt het college de aanvrager uit voor overleg over de wijze van uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In het overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over:
het bouwheerschap als bedoeld in de wet;
de planning en de wijze van indiening van het bouwplan en de begroting door de aanvrager;
een andere wijze van uitvoering van het besluit met inachtneming van het definitief beschikbaar te stellen bedrag;
de wijze waarop door het college toepassing wordt gegeven aan de toetsing in verband met nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 2.9, derde lid;
de controle op en het afleggen van verantwoording over de besteding van de beschikbaar te stellen middelen en de realisatie van de goedgekeurde voorziening.
**2..** Uitvoering van een op het programma geplaatste voorziening, zoals bedoeld in art. 1.2, onder a sub 1°, 2° en 3° vindt plaats:
op het niveau van minimaal het Programma van eisen frisse scholen, ambitieniveau B van het Ministerie van Economische zaken,
voorzien van een brandmeld-, ontruimingsalarm- en inbraakalarminstallatie conform Risk Management Programma Onderwijsinstellingen,
met inachtneming van de bepalingen van de inkoop- en aanbestedingsrichtlijnen van de gemeente Amsterdam.
**3..** Uitvoering van een op het programma geplaatste voorziening, zoals bedoeld in artikel 1.3 vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van de inkoop- en aanbestedingsrichtlijnen van de gemeente Amsterdam.
**4..** De gemaakte afspraken worden door het college schriftelijk vastgelegd en ter kennis gebracht van de aanvrager.
**5..** Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 2.9, vierde lid, beslist het college binnen vier weken na het overleg over het tijdstip waarop het noodzakelijk geachte bedrag beschikbaar wordt gesteld. Het bepaalde in artikel 2.10 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
**6..** Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, deelt het college bij besluit de aanvrager mee dat hij niet kan instemmen met de door de aanvrager gewenste wijze van uitvoering. Het college kan besluiten dat de voorziening alsnog geheel of gedeeltelijk niet voor bekostiging in aanmerking komt.