Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.9

Toets bouwplan, wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2015

1.. Nadat de afspraken als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid zijn gemaakt, overlegt de aanvrager voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht en met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken ter instemming aan het college het bouwplan en een aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen. 2.. Binnen zes weken na ontvangst beslist het college bij besluitover het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorzieningen en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. Het college kan onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. 3.. Na het besluit als bedoeld in het tweede lid geeft het bevoegd gezag een bouwopdracht. 4.. Bij het besluit als bedoeld in het tweede lid toetst het college eveneens of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma. Indien naar het oordeel van het college de feiten en omstandigheden ingrijpend zijn gewijzigd, deelt het college dit schriftelijk mede aan het betreffende bevoegd gezag. Het college kan besluiten dat de voorziening alsnog geheel of gedeeltelijk niet voor bekostiging in aanmerking komt. Daarbij trekt het college de beschikking op het programma in. 5.. De toetsing kan achterwege blijven, als deze naar het oordeel van het college niet nodig is gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het college deelt dit schriftelijk mede aan de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel