Naar hoofdinhoud
In artikel 3 en de toelichting daarop is al vermeldt dat van de toepassing van een vrijlating van inkomen uit arbeid alleen dan sprake kan zijn als die vrijlating bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Dit vergt dus altijd een individuele beoordeling vooraf. In de situatie dat vanwege schending van de informatieplicht, of anderszins, op een later tijdstip blijkt dat de inkomensvrijlating bij nader inzien ten onrechte is toegepast, moet het mogelijkheid zijn om het eerder genomen besluit voor toepassing van de vrijlating te corrigeren of zelfs geheel te herzien. Dit artikel biedt daartoe de mogelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de belanghebbende inkomsten heeft verzwegen, veelal met het doel een hoger totaalinkomen te verwerven dan wettelijk mogelijk is. Of de inkomsten van de belang-hebbende worden vrijgelaten als alleenstaande ouder, terwijl er sprake blijkt te zijn van een verzwegen gezamenlijke huishouding. Ook in dat geval is de intentie van de belanghebbende gericht op het vergroten van het (gezins)inkomen en niet op het vergroten van de kans op arbeidsinschake-ling en uitstroom uit de uitkering. Het toepassen van de inkomstenvrijlating kan in die gevallen dan ook niet aan de orde zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel