Deze regeling gaat in per 1 september 2017 en heeft een looptijd tot 1 september 2022. De regeling kan na evaluatie en met overeenstemming tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordiging vijf jaar verlengd worden. De regeling wordt aangehaald als Generatiepact Gemeente Nijmegen.
Vastgesteld in de collegevergadering van 11 juli 2017.
De gemeentesecretaris,
mr. drs. A.H. van Hout
De burgemeester,
drs. H. Bruls
Toelichting algemeen en artikelsgewijs.
Algemeen.
Deze regeling is ter uitvoering van sectorale cao-afspraken opgesteld. Zij bevat de mogelijkheden om verlof op te nemen met gedeeltelijke doorbetaling van het salaris onder de daaraan gestelde voorwaarden. De regeling heeft tot doel om enerzijds oudere medewerkers te faciliteren om afbouwend de pensioengerechtigde leeftijd te bereiken en anderzijds om de instroom van jongeren in de organisatie te bevorderen. De vrijkomende gelden worden aangewend om jongeren te laten instromen.
Artikelsgewijs.
Artikel 1. Hierin is bepaald dat de regeling alleen geldt voor medewerkers met een vaste aanstelling in algemene dienst. Ook is gedefinieerd dat met 100% pensioenopbouw bedoeld wordt de opbouw over het onverkorte salaris van de formele aanstelling.
Artikel 2 beschrijft de drie keuzes die medewerkers kunnen maken.
Artikel 3 beschrijft de mogelijke gevolgen voor de functie zelf ten gevolge van het korter gaan werken.
Artikel 4 geeft aan dat eenmaal gekozen voor deze regeling, er geen weg terug is. De regeling is immers bedoeld om medewerkers te faciliteren bij het langzaam afbouwen van hun carrière, zodat zij al met al toch langer werkzaam kunnen zijn tot hun pensioen. De regeling kan daarom niet stopgezet worden, behalve vanwege ontslag. Dit zal dan meestal gebruikmaking van keuzepensioen zijn of ouderdomspensioen (AOW-leeftijd). In de communicatie zullen wij wijzen op de (fiscale) gevaren van het tegelijk opnemen van keuzepensioen terwijl nog gebruik gemaakt wordt van het generatiepact. Dit is niet in de regeling zelf opgenomen omdat het ABP-deelnemers vrij staat om keuzepensioen aan te vragen vanaf de leeftijd van 60 jaar.
Artikel 5 beschrijft dat tussentijds opgeschaald kan worden van enkele uren minder werken per week tot de helft minder werken per week. Dit verhoudt zich prima tot de doelstelling van de regeling. Om fiscale redenen is de ondergrens van 50% minder werken gehanteerd.
Artikel 6 is opgenomen om creatieve ontduikingsvormen tegen te gaan, die ingaan tegen de bedoeling van deze regeling. Het generatiepact faciliteert medewerkers immers om minder te gaan werken en het is niet de bedoeling dan men via de achterdeur de verlofuren, waarvoor de werkgever betaalt weer als werkuren door diezelfde medewerkers te laten her bezetten. Integendeel, herbezetting van de uren moet juist door de jongere generatie ingevuld worden. Ook is in het derde lid aangesloten op het bepaalde in artikel 8.7 uitvoeringsregeling Loonbelasting, eerste lid sub a. Deze bepaling houdt als het ware een tweede toets moment in. Voorbeeld: als de AOW-leeftijd van de aanvrager 66 jaar is, wordt het tweede toets moment de arbeidsomvang in het hele kalenderjaar waarin 55 jarige leeftijd wordt bereikt. Deze toets geeft alleen een andere uitkomst dan het eerste toets moment als de arbeidsomvang in het hele kalenderjaar waarin de 55 jarige leeftijd wordt bereikt verschilt van de arbeidsomvang in het jaar voorafgaand aan deelname.
Artikel 7 is een samenloopbepaling. Hierin wordt geregeld dat er geen gelijktijdig gebruik gemaakt kan worden van diverse seniorenregelingen. De uitsluiting van gelijktijdig gebruik van hoofdstuk 5b spreekt voor zich, omdat bij die regeling daar de pensioendatum al is vastgesteld en deze regeling materieel minimaal dezelfde faciliteit biedt dan het generatiepact. De andere seniorenregeling is in feite een nog lagere variant van de 80-90-100-keuze, namelijk een 93-100-100 variant. Volgtijdelijk kan van deze regeling nog wel gebruik gemaakt worden, maar niet tegelijk. Dit zou zich enerzijds mogelijk niet verhouden met het 50% blijven werken criterium en anderzijds betreft het een cumulatie, waar in het generatiepact niet voor gekozen is.
Artikel 8 regelt wat er gebeurt bij langdurige ziekte. De bedoeling van deze bepaling is dat deelnemers aan deze regeling door ziekte geen onevenredig nadeel ondervinden.
Artikel 9 regelt dat de verlofaanspraken gerelateerd zijn aan de feitelijke arbeidsduur. Dit laat onverlet de rechten op kopen en verkopen van verlofuren. Het is in strijd met de bedoeling van de regeling dat ambtenaren de vrijgekomen uren gaan invullen met werk buiten de organisatie. Ook is het niet de bedoeling dat ambtenaren vrijkomende uren op een andere wijze weer gaan invullen in de organisatie, bijvoorbeeld door middel van een intermediair. Van de mogelijkheid tot opbouw van compensatie- uren kan naar rato onverminderd gebruik gemaakt worden.
Artikel 10 regelt dat de gebruikmaking van het generatiepact niet geschorst wordt door boventalligheid.
Artikel 11 geeft een hardheidsclausule waarbij het bevoegd gezag in voorkomend geval, waarin de regeling niet of niet in redelijkheid in voorziet kan afwijken. Bij afwijking in gevallen waarin de regeling op zich wel voorziet, maar men toch termen aanwezig acht om af te wijken moet dit deugdelijk gemotiveerd worden om precedentwerking te voorkomen.
Artikel 12 geeft de naam Generatiepact Gemeente Nijmegen aan de regeling en regelt de inwerkingtreding.