Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 5:

Geldigheidsduur vergunning voor een vaste standplaats

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen

1.. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor één jaar verleend. 2.. Zowel de vergunningverlener als de aanvrager heeft de mogelijkheid om een proefperiode van één maand aan de vergunning te verbinden. 3.. In geval van overlijden, of ondercuratelestelling, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind. 4.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. 5.. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel