Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 6:

Voorschriften en beperkingen verbonden aan een vaste standplaatsvergunning

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen

1.. Aan een standplaatsvergunning worden ten minste de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: de vergunninghouder is tijdens de inname van de standplaats aanwezig; de vergunninghouder houdt de omgeving van zijn standplaats schoon; alle aanwijzingen en bevelen van politie, brandweer en/ of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd; in geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemd persoon; wanneer geconstateerd is dat de standplaats drie achtereenvolgende keren of vijfmaal in twee achtereenvolgende maanden niet is ingenomen, vervalt de standplaats van rechtswege. Tenzij hierover overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel