Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder een:

  • - uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten, of een gedeelte daarvan;
  • - dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
  • - week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
  • - maand: een kalendermaand;
  • - seizoen: de periode van 1 april tot en met 30 september;
  • - jaar: een kalenderjaar.

    Artikel 2

    Belastbaar feit

    Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

    Artikel 3

    Belastingplicht

    • - De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel degene ten behoeve van wie dat voorwerp of dien voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
    • - In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

    Artikel 4

    Vrijstellingen

    De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

    • - het gebruik waarvoor door de gemeente een ander recht op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet wordt geheven of waarvoor een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
    • - buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of van hemelwater;
    • - afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 12 centimeter buiten de gevel uitsteken.

    Artikel 5

    Maatstaf van heffing en tarief

    De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met in achtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

    Artikel 6

    Berekening van de precariobelasting

    • - Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
    • - Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
    • - De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige driehoek.
    • - Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van voorwerpen of de voorwerpen onder, op of boven voor de opernbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van de vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
    • - Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdvakken zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
    • - In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar

    geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld

    met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar

    geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand

    gelijkgesteld met een maand.

    7.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

    Artikel 7

    Heffingstijdvak

    • - In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van een voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
    • - In andere gevallen dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

    Artikel 8

    Wijze van heffing

    De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

    Artikel 9

    Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

    • - In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
    • - Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
    • - Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing naar de jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

    Artikel 10

    Betalingstermijnen

    • - De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
    • - In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
    • - De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

    Artikel 11

    Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting.

    Artikel 12

    Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

    • - De “Precarioverordening 2009”, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
    • - Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
    • - De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.
    • - Deze verordening kan worden aangehaald als “Precarioverordening 2010”.

    Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

    van de raad van de gemeente Baarn, gehouden

    op 16 december 2009

    de griffier, de voorzitter,

    Tarieventabel, behorende bij de “Verordening precariobelasting 2010”

    Nr.OmschrijvingEenheidTarief €Per tijdseenheid
    Hoofdstuk 1: Algemeen
    1.1.Het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor elders in de tarieventabel geen afzonderlijk tarief is opgenomen:
    1.1.1.m²0,40dag
    1.1.2.m²2,25week
    1.1.3.m²4,45maand
    1.1.4.m²40,30jaar
    Hoofdstuk 2: Bouwmaterialen en dergelijke
    2.1.Het tarief bedraagt voor bouwmaterialen, zoals keten, loodsen bouwwerktuigen, schuttingen, stellingen, kranen of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken, andere dan die genoemd onder 2.2
    2.1.1.m²2,25week
    2.1.2.m²8,05maand
    2.1.3.m²14,852 maanden
    2.1.4.m²19,153 maanden
    2.1.5.m²23,154 maanden
    2.1.6.m²27,355 maanden
    2.1.7.m²31,556 maanden
    2.1.8.m²35,707 maanden
    2.1.9.m²39,808 maanden
    2.1.10.m²43,909 maanden
    2.1.11.m²47,9510 maanden
    2.1.12.m²52,2911 maanden
    2.1.13.m²56,3512 maanden
    2.2Het tarief bedragt voor een stut, schoor of paalPer stuk1,50week
    Hoofdstuk 3: Rijwielrekken
    3.1.Het tarief bedraagt voor rijwielrekken, per in beslag genomen ruimte zonder rijwielenm²19,60jaar
    Hoofdstuk 4: Terrassen
    4.1.Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder op of boven een terras voor cafés retaurants, lunchrooms en soortgelijke inrichtingen
    4.1.1.tot 30 m2m²503,75seizoen
    4.1.2.van 30 tot 60 m2m²1.079,75seizoen
    4.1.3.groter dan 60 m2m²1.799,45seizoen
    4.1.4.Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder op of boven een terras voor cafés retaurants, lunchrooms en soortgelijke inrichtingen
    4.1.5.tot 30 m2m²647,86jaar
    4.1.6.van 30 tot 60 m2m²1.295,40jaar
    4.1.7.groter dan 60 m2m²2.159,15jaar
    Hoofdstuk 5: Zonneschermen
    5.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van zonneschermenPer stuk74,90jaar
    Hoofdstuk 6: Luifels
    6.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van een luifel
    6.1.1tot 5 m2187,15jaar
    6.1.2van 5 m2 tot 10 m2299,40jaar
    6.1.3.groter dan 10 m2385,25jaar
    Hoofdstuk 7: Uitstallingen
    7.1.Het tarief bedraagt voor uitstallingen ten behoeve van reclame- en verkoopdoeleinden:
    7.1.1.tot 7 m2m²224,15seizoen
    7.1.2.van 7 tot 12 m2m²379,90seizoen
    7.1.3.12 m2 of meerm²1.122,75seizoen
    7.2Het tarief bedraagt voor uitstallingen ten behoeve van reclame- en verkoopdoeleinden:
    7.2.1.tot 7 m2m²261,60jaar
    7.2.2.van 7 tot 12 mm²598,90jaar
    7.2.3.12 m2 of meerm²1.272,35jaar
    Hoofdstuk 8: Standplaatsen
    8.1.Het tarief bedraagt voor standplaatsen,ingenomen door voertuigen,wagens, kramen, tenten en /of andere voorwerpen voor de verkoop of tentoonstellen van goederen, anders dan standplaatsen op de daarvoor aangewezen markten:
    8.1.1.m²3,30dag
    8.1.2.gedurende 1 dag per weekm²8,25maand
    8.1.3.gedurende 2 dagen per weekm²14,85maand
    8.1.4.gedurende 3 dagen of meer dagen per weekm²24,55maand
    8.2.Het tarief bedraagt voor standplaatsen,ingenomen door voertuigen,wagens, kramen, tenten en /of andere voorwerpen voor de verkoop of tentoonstellen van goederen, anders dan standplaatsen op de daarvoor aangewezen markten:
    8.2.1.gedurende 1dag per weekm²24,55jaar
    8.2.2.gedurende 2 dagen per weekm²39,30jaar
    8.2.3.gedurende 3 of meer dagen per weekm²77,40jaar
    De in hoofdstuk 8 genoemde belasting bedraagt nooit minder dan € 16,90.
    Hoofdstuk 9: Plaatsen van voertuigen
    9.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van een standplaats op een daartoe in het bijzonder ingericht parkeerterrein:
    9.1.1.autobusper stuk37,40maand
    9.1.2.autobusper stuk374,10jaar
    9.1.3.autoper stuk11,90maand
    9.1.4.autoper stuk91,32jaar
    Hoofdstuk 10: Installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen,olie, lucht of water
    10.1.Het tarief bedraagt:
    10.1.1.voor een aftappunt met toebehoren voor motorbrandstof of olieper stuk261,92jaar
    10.1.2.voor een aftappunt met toebehoren voor lucht of waterper stuk134,59jaar
    10.1.3.voor een vulput, kraanput en dergelijkeper stuk25,30jaar
    10.1.4.voor een tank voor motorbrandstof of olie tot 4000 liter inhoudper stuk112,15jaar
    10.1.5.voor een tank voor motorbrandstof of olie met een inhoud van 4000 liter inhoud of meerper stuk224,30jaar
    Hoofdstuk 11: Gebruik openbare kaden en stijgers
    11.1.Het tarief bedraagt voor ladingsteigers, vlonders en plankieren:
    11.1.1.m²1,50jaar
    11.1.2.m²11,45jaar
    Hoofdstuk 12: Telefooncellen
    12.1.Het tarief bedraagt voor
    12.1.1.het hebben van een telefooncelper stuk218,00jaar
    12.1.2.het hebben van een telefoonkapper stuk219,50jaar
    Hoofdstuk 13: Kabels en leidingen
    13.1.Het tarief bedraagt voor het hebben van
    13.1.1.buizen, kabels of leidingen voor gas, water en elektriciteitm 10,51jaar
    13.1.2.overige draden en kabelsm 10,51jaar

    Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2009, nummer 09RV000066,

    de griffier, de voorzitter,