De aanvraag voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5 onder a, b en c dient voor de periode van 6 jaar te worden ingediend door één aanvrager, al dan niet in samenwerking met andere partijen. De subsidiabele activiteit genoemd in artikel 5 onder d dient voor de periode van 10 jaar te worden ingediend. In het voorstel en de begroting dient duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen de (subsidie)jaren. Daarnaast dient de geselecteerde aanbieder jaarlijks voor 1 oktober een bijgesteld plan en begroting in voor het opvolgende jaar. In het plan geeft de aanbieder aan hoe uitvoering gegeven wordt aan de doelstellingen genoemd in artikel 2.
Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval te voldoen aan de volgende eisen:
1) Een (activiteiten)plan aan te leveren waarin het volgende is opgenomen:
o een beschrijving van de wijze waarop u vormgeeft aan de subsidiabele activiteiten, zoals beschreven in artikel 5. U laat daarin zien hoe u daarmee bijdraagt aan de doelstellingen zoals beschreven in artikel 2 en de beleidsvisie ‘Toekomst van de daklozenopvang’.
o een beschrijving van de wijze waarop u voldoet aan de gestelde criteria.
2) Een sluitende begroting waarin inzichtelijk is gemaakt wat de begrote kosten per activiteit zijn. De activiteiten die in de begroting zijn opgenomen zijn herkenbaar en herleidbaar gerelateerd aan de activiteiten in het activiteitenplan. Hierbij wordt activiteit a, zoals beschreven in artikel 5, opgesplitst in een open inloop, noodslaapplaatsen en activering.
3) De aanvrager garandeert een gecombineerde inloopvoorziening die uiterlijk 1 december 2018 operationeel is;
o Het pand bevindt zich in de wijk Binnenstad van Utrecht;
o Het pand heeft een maatschappelijke bestemming en is nu al voor een soortgelijke functie op het gebied van zorg en opvang (maatschappelijke opvang) in gebruik;
o Het pand voldoet minimaal aan de eisen zoals verwoord in artikel 5 of de aanvrager toont aan dat het pand hieraan gaat voldoen.
4) Een reële planning waarin u aangeeft welke stappen worden gezet in de periode vanaf gunning tot realisatie. Inclusief de consequenties die een eventuele verplaatsing van het huidige gebruik heeft in de keten van maatschappelijke opvang en de bijbehorende kosten.
5) Daarnaast moeten de volgende documenten worden meegezonden bij een eerste aanvraag: statuten, een uittrekstel van de Kamer van Koophandel, een jaarrekening van het voorgaand jaar, een opgave van gelieerde rechtspersonen, een kopie bankafschrift van de laatste maand.
6) In uw aanvraag dient u aan te geven welke inzet u gaat realiseren voor social return. De nadere detaillering hiervan kan samen met de gemeente later worden ingevuld na het besluit tot verlening. De richtlijn voor de inzet voor social return is 5% van het aangevraagde subsidiebedrag, maar u mag dit beperken tot 2% van uw totale inkomsten als dit lager is dan de genoemde 5% van de subsidie. Indien de gemeente u op jaarbasis minder dan € 100.000 subsidie heeft verleend of als uw totale inkomsten op jaarbasis lager zijn dan € 500.000, vervalt de verplichting om een deel van de subsidie in te zetten voor social return.
7) Indien sprake is van verbouwingskosten levert u bij de aanvraag een voorlopig ontwerp van de verbouwing met een bijbehorende begroting. Uit deze documenten moet duidelijk worden welke aanpassingen aan het gebouw u wilt doorvoeren en welke kosten daarmee zijn gemoeid.
In uw aanvraag gaat u verder in op de volgende punten:
De kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit van medewerkers die u denkt in te zetten en de verhouding professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers;
De wijze waarop u uitvoering geeft aan de wettelijke en CAO vereisten op het gebied van overname van personeel en eventueel van vrijwilligers van een instelling, die thans geheel of gedeeltelijk de gevraagde voorziening aanbiedt;
De activeringspartij(en) waarmee u een samenwerking aangaat;
Het lerend ontwikkelen met andere organisaties en de gemeente binnen en buiten de locatie;
Het betrekken van gebruikers, medewerkers en vrijwilligers bij de verdere uitwerking en ontwikkeling van de gecombineerde voorziening;
De veiligheid van bezoekers, omwonenden en medewerkers en de invulling van het sfeerbeheer, zowel intern als extern;
De communicatie over de locatie, het overleg met omwonenden en het beheer in de directe omgeving van de locatie.
Dit voorstel dient duidelijk en beknopt te zijn.