De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de kaders van de Wet FIDO, RUDDO, UFDO, BLDO, Regeling Schatkistbankieren, Wet HOF en aanvullende regelgeving en voorschriften die in dit statuut zijn opgenomen en draagt daarbij zorg voor:
- - Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting en meerjarenraming te kunnen uitvoeren.
- - Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie.
- - Het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige geldmiddelen.
- - Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities.
- - Het gebruik van rente-instrumenten (derivaten) is uitgesloten.
- - Het zodanig uitvoeren van het relatiebeheer dat de integriteit van het ambtelijk apparaat niet in het geding komt.