**1..** Een cliënt is voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget een bijdrage verschuldigd, met uitzondering van een rolstoel en hulpmiddelen ten behoeve van jeugdigen tot 18 jaar;
**2..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is ten hoogste gelijk aan de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, waarbij geldt dat
de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de kostprijs van de voorziening;
de bijdrage voor een persoonsgebonden budget ten behoeve van zelfredzaamheid en/of participatie wordt verlaagd naar maximaal 53% van het persoonsgebonden budget indien sprake is van ondersteuning door een professional als bedoeld in artikel 4.2 lid 2 van de verordening;
**3..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten;
**4..** De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het bedrag van het persoonsgebonden budget;
**5..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zesde lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget door het CAK vastgesteld en geïnd;
**6..** De bijdrage inzake toekenning van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.1.5 van de wet verschuldigd door:
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**7..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt berekend op basis van:
als de dienst per uur wordt geleverd, de gecontracteerde uurprijs en de geleverde uren;
voor woon- en vervoersvoorzieningen: de prijs die de gemeente betaalt voor de voorziening;
voor hulpmiddelen: de prijs gelijk aan de PGB-verstrekking of de maandelijkse huurprijs;
voor niet-arbeidsmatige gespecialiseerde dagbesteding: het aantal dagdelen dat de cliënt aanwezig is geweest en de gecontracteerde prijs;
voor overige gevallen per periode en op basis van de vergoeding die de gemeente voor de dienstverlening over die periode verschuldigd is.
**8..** Het college brengt de bijdrage voor de volgende periode in rekening:
voor dienstverlening: zolang de toekenning voor de dienstverlening niet is ingetrokken en er in een periode ondersteuning is geboden;
voor een voorziening in natura, anders dan onder a: zolang de cliënt gebruik maakt van of in het bezit is van de voorziening, en waar van toepassing tot maximaal de kostprijs van een eenmalig verstrekte voorziening;
bij een periodieke verstrekking van een persoonsgebonden budget: over iedere periode waarover een persoonsgebonden budget is verstrekt;
voor kortdurend verblijf, per maand.
**9..** Het college kan bij nadere regeling bepalen door welke andere instantie dan het CAK, in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4. lid 7 van de Wet, de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt vastgesteld en geïnd.
**10..** Het college kan nadere regels stellen over de omvang van de bijdrage.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2