Naar hoofdinhoud
De AWIR De komst van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) per 1 januari 2006 bracht een aantal wijzigingen in verband met de huursubsidie met zich mee. Huursubsidie heet vanaf 1 januari 2006 huurtoeslag en wordt uitbetaald door de belastingdienst. De belangrijkste wijziging is dat vanaf 1 januari 2006 wordt gerekend op basis van het actuele inkomen, in plaats van het inkomen van het vorige kalenderjaar. De vangnetregeling komt hiermee te vervallen. De AWIR gaat uit van het geschatte jaarinkomen van de rechthebbende. Als zich wijzigingen in het inkomen voordoen, moet de rechthebbende deze doorgeven. De belastingdienst verwerkt deze wijzigingen binnen vier tot zes weken. Feitelijk wordt dus gerekend met het actuele inkomen. Dat komt op maandbasis misschien niet helemaal uit, maar op jaarbasis wel. Het is niet de bedoeling dat gemeenten maandelijks deze verschillen gaan berekenen en compenseren. Inwoners van Noordoostpolder die door de systematiek van de AWIR een liquiditeitsprobleem ondervinden, kunnen in uitzonderlijke gevallen een overbrugging of leenbijstand ontvangen. Hiervoor wordt in ieder geval geen bijstand om niet verstrekt. Woonkostentoeslag Woonkostentoeslag kan in principe worden verstrekt voor zowel huurwoningen als koopwoningen. In beide gevallen dient wel rekening te worden gehouden met voorliggende voorzieningen als huurtoeslag en belastingteruggave. Woonkostentoeslag is mogelijk in de volgende gevallen: De huur ligt boven de subsidiegrens Er is sprake van een eigen woning (+ onderhoudskosten eigen huis) 1. Huur boven subsidiegrens Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gehandicapten die in een voor hen aangepaste woning wonen en overige minima. Aan gehandicapten die in een aangepaste woning wonen kan een extra woonkostentoeslag worden verleend voor zover het zelf te betalen deel in de huur na aftrek van de huurtoeslag onevenredig hoog blijft (het van toepassing zijnde bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de huurtoeslag en bedraagt momenteel € 240 per maand). Er wordt geen verhuisplicht opgelegd. Bovendien kan aan gehandicapten ook een toeslag worden verleend (zonder verhuisplicht) als het gaat om een woning met een huur boven de subsidiegrens. Voor overige minima kan onder voorwaarden in deze situatie woonkostentoeslag worden verleend, bijvoorbeeld na een echtscheiding of verbreking van een relatie. De woonkostentoeslag is in deze situatie altijd tijdelijk (in principe 6 maanden) en aan de bijstandverlening wordt een verhuisplicht gekoppeld. 2. Eigen woning Bij de bewoning van een eigen huis is een woonkostentoeslag mogelijk indien de woonkosten onder de huursubsidiegrens blijven. Bij hogere woonlasten kan alleen een toeslag worden verleend indien er geen goedkoper alternatief is. In dat geval wordt er wel een verhuisvoorwaarde opgelegd. Als woonkosten worden in aanmerking genomen: de hypotheekrente na aftrek belastingvoordeel premie opstalverzekering eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting, voor zover geen recht op kwijtschelding erfpachtcanon brand/opstalverzekering (niet de inboedel!) rioolrecht & polder- en waterschapsbelasting onderhoudskosten (conform Divosa richtlijnen) (voor deze laatste kostenposten gelden landelijk vaste bedragen die elk jaar worden aangepast) Woonwagens. Alleen de woonwagen die op een standplaats staat die voldoet aan de definitie in de Woningwet valt onder de werking van de Wet op de huurtoeslag. Een woonwagen is een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. Onder huurprijs wordt verstaan het totale bedrag, dat per maand aan de verhuurder wordt betaald voor het gebruik van de woonwagen alsmede het bedrag dat periodiek aan kale standplaatshuur wordt betaald. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage worden dezelfde huur-, vermogens- en inkomensgrenzen en wordt dezelfde berekening gehanteerd als van toepassing zijn voor het berekenen van de huurtoeslag voor een woning. Draagkrachtpercentage: 100 % Bij woonkostentoeslag geldt niet de inkomensgrens van 120% maar de inkomensgrens van 100% van de geldende bijstandsnorm. Dit conform de berekening van de belastingdienst die ook uitgaat van de bijstandsnorm. Bij de bepaling van de hoogte van de huurtoeslag door de belastingdienst wordt rekening gehouden met draagkracht als het inkomen hoger is dan de bijstandsnorm. Het zou tot rechtsongelijkheid (en doorkruising van de voorliggende voorziening) leiden wanneer er voor de bijstandsverstrekking in deze andere normen zouden gelden.

Rechtspraak bij dit artikel