Algemeen geaccepteerde arbeid, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onder a van de wet, en artikel 37, eerste lid van de IOAW en de IOAZ, houdt in arbeid die maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Dit betekent:
arbeid zonder beperkende voorwaarden qua aard en omvang van het werk, of aansluiting op opleiding of ervaring;
met uitzondering van illegale arbeid en arbeid tegen een lager loon dan het wettelijk minimumloon;
waarbij het college rekening kan houden met gewetensbezwaren, als deze persoonlijke omstandigheden zwaarwegend zijn en een onvermijdelijk conflict opleveren met de te verrichten werkzaamheden.