Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan in individuele gevallen tijdelijk een volledige of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de plicht tot arbeidsinschakeling. Dat kan als het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht (artikel 9, tweede en/of vierde lid of artikel 37a, eerste lid van de IOAW en IOAZ). Het college kan in ieder geval een ontheffing van de arbeidsplicht verlenen aan: Een alleenstaande ouder met een zorgtaak voor een zorgtaak met een kind jonger dan 12 jaar. Dit kan als passende kinderopvang ontbreekt of voor het realiseren van voldoende scholing voor de toekomstige zelfstandigheid van de betrokkene. Op basis van de belastbaarheid stelt het college de omvang van de resterende arbeidsplicht vast. Een uitkeringsgerechtigde die noodzakelijke en niet uitstelbare mantelzorg verricht voor een zorgbehoevend gezinslid voor ten minste tien uur per week. Voor de duur van de volledige ontheffing kan het college een advies vragen van een onafhankelijke externe deskundige; Een uitkeringsgerechtigde met ernstige medische of sociale belemmeringen die door een onafhankelijke externe deskundige zijn vastgesteld. Het college kan een ontheffing van de arbeidsplicht verlenen voor de mate en duur zoals opgegeven in het advies. 2.. Bij ontheffing van de arbeidsplicht blijft de re-integratieplicht van toepassing. 3.. Voor een persoon tot 27 jaar geldt de verplichting mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een Plan van Aanpak. Het college kan als zij dringende redenen aanwezig acht een ontheffing geven van deze verplichting. 4.. Het college verleent een individuele ontheffing van een of meer verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 3 tot het eerstvolgende heronderzoek tenzij anders is aangegeven. Deze ontheffing is echter nooit meer dan 2 jaar, tenzij het gaat om volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel